Faits divers 46

‘We hebben twee weken geleden nog samen gegeten. Uiteraard heb ik geregeld contact met Louis, dat lijkt me logisch”, zei Van Praag eind maart tegen het AD.’

‘Ik weet het nog goed, Van Gaal bestelde schnitzels, twee van die grote lappen. Zo’n dun laagje vlees en dan dik gepaneerd. Ik vind er niks aan, ik nam een biefstukje. We hadden ook allebei frites, maar die waren best. Met goeie mayo. Ik denk stiekem Helmann, uit een potje. Ik zag Van Gaal een schijfje citroen uitknijpen boven die schnitzel. Schijnt lekker te zijn. Toe nam hij een Dame blanche. Ik ijs met karamel. Het was best gezellig. En nee, we praten dan niet over voetbal.’

🛎

‘Art Rooijakkers dolgelukkig met tweeling Puk en Keesje.’

JA, HALLO! Had u iets anders verwacht? Zo van:

‘Huh, is mijn vriendin bevallen dan? Ik weet van niks, ben aan het paintballen met mijn maten. Wat? Twee meisjes? Tja, jammer zeg. Dat wordt nooit een goeie pot voetbal. En moet ik straks achter de heg liggen met een luchtbuks als er jongens op af komen. Nee, ik ben niet enthousiast. En twee, hou op zeg, dat is dubbel werk.’, aldus Art Rooijakkers.

🛎

Voetbal, dat is ballet. Neem nu de Schwalbe. Wat een schoonheid!

Voetbalcommentaar, dat is poëzie. Een juweeltje van een zin:

‘De Coolsingel, dat is nog héél ver weg’. Er moet nog wel wat aan worden gedaan.

De Coolsingel

De Coolsingel, dat

is,

dat is nog

nog héél ver

ver weg.

Prachtig, maar wat betekent het? De Coolsingel, de Rotterdamse koopgoot, is niet verplaatst. Degene die daar heen wil ook niet, althans niet fysiek. Iedereen die ook maar iets van voetbal weet, heeft natuurlijk door waar het om gaat. Door het zo te zeggen, zonder enige toelichting, wordt de bewering sterker. Wat me treft is de ogenschijnlijke fout in de spelling. Je zou verwachten ‘de Coolsingel, die’. Maar de dichter gebruikt ‘dat’. ‘Dat’ is dus meer dan de locatie. Het is een event. Ik vind het een vorm van uitgesproken minimalisme. In dat ene woordje ‘Coolsingel’ is alles samengebald. Door het klein te houden wordt het groter. Iedereen kan er een eigen invulling aan geven. Kortom: prachtig. Hoe dramatisch zou het zijn als er straks van een Coolsingel geen sprake is…

🛎

‘Tienduizenden huiskonijnen doodongelukkig’

Dit schokkende bericht was voor uw verslaggever aanleiding tot een diepte-interview, dat begrijpt u.

-Meneer Langtand, fijn dat ik u even tref.

-Ja leukerd, waar denk jij dat ik heen kan? Wrijf het er effe in.

-Sorry, ik realiseerde me onvoldoende dat u natuurlijk gewoon gevangen zit.

-Laat dat ‘natuurlijk gewoon’ maar weg. Een schande, dat is het!

-Hoe ervaart u uw situatie?

-Breek me de bek niet open. Gruwelijk. Vooral Advent.

-Hoe bedoelt u, Advent?

-Het Flappie-syndroom. Youp heeft het kernachtig verwoord. Wij worden gek van angst. Elk geluidje dat lijkt op schurend metaal, elk vermoeden van een mes, het is ondraaglijk. Ik ga altijd vanaf november in hongerstaking. Van mij zullen ze niet vet soppen.

-U bent bang om in de pan te eindigen?

-Wat dacht jij dan? Dat mensen ons voor hun plezier in een hokje zetten?

-Nou, als speelkameraadje voor de kinderen, bijvoorbeeld?

-Alsof dat leuk is! Wij zijn niet om aan te zitten. Je hoeft ons ook niet aan te kleden of rond te rijden in een poppenwagen. Hou op zeg. Wij zijn KONIJNEN.

-Ik vraag het toch maar: hoe ziet u uw toekomst?

-Achter gaas, of tralies. Ik blijf hier tot mijn dood. Ik krijg een ziekte en dan hopelijk op tijd een spuitje. Of ik stik in een stuk wortel, kan ook.

-Wat doet dat met u?

-Jij bent niet echt snugger, is het wel? Wat denk je zelf?

-Sorry, ik snap het al. Nou, dank voor dit gesprek. Enne, het beste dan maar…

🛎

Zo’n veertig jaar geleden, er was een tentoonstelling in Slot Zeist. Ik kocht een entréebewijs bij een dame met wat paarsig haar, ze had geen zin in een peper-en-zout-kapsel. Een bril als catwoman, de mondhoeken gedecideerd naar beneden. Ze belde met een vriendin, dat maakte ik op uit de ene helft van de conversatie. Na een poos keek ze me aan en zei: ‘Wacht even, er staat hier een meneertje, hij wil een kaartje.’ Ze kwam uit Den Haag, zoveel ws wel duidelijk. Ze legde de hoorn neer en verkocht me een kaartje. Ik dwaalde door de zalen en was na een uur of wat uitgekeken. Toen ik de trap afliep passeerde ik de Haagse dame opnieuw. De bode van het slot overhandigde haar net een nota. ‘Dat is dan drieënzeventig gulden alstublieft.’ Ik zag haar wit wegtrekken. Ze had dus met een vriendin zitten kletsen, wie weet hoe lang, op kosten van de gemeente Zeist en ze dacht er mee weg te komen. De mondhoeken van de bode stonden in een licht triomfantelijke stand. Ik snapte dat.

🛎

‘Steeds meer mensen kiezen voor Kunstgras. U wilt toch ook altijd een strak en groen gazon?’

Welja. Ik wil ook kunstbloemen, kunststruiken, kunstvogels, kunstkatten, kunstegels en kunsteekhoorns. Matcht goed met mijn kunsthouten tuinset op de kunsthouten vlonders van mijn terras. Daar kan ik door de ramen met kunststoffen kozijnen zo fijn naar kijken terwijl ik een brede grijns trek met mijn mond waarin een kunstgebit.

Advertenties

About this entry