Zomertijd, al vanaf 1916

9DC22B23-BD38-4DC7-BFC4-CF0D7E813D7F

‘Tweede Kamer wil niet het hele jaar door zomertijd.’

‘De eerste praktische toepassing van zomertijd was door het Duitse Keizerrijk gedurende de Eerste Wereldoorlog, vanaf 30 april 1916.’

Alhoewel ze eigenlijk helemaal geen tijd hebben om over tijd te debatteren, doen ze het toch. In verloren uurtjes, dat wel. De kamerleden vrezen dat met het teloor gaan van de zomertijd de lange zwoele zomeravonden verdwijnen. Dat zou toch jammer zijn. De VVD ziet de omzet van prosecco kelderen, de SP denkt dat de kaderavonden te kort zullen zijn om hun leden te instrueren. De SGP vreest dat omwille van de tijd de tijdredes op bijeenkomsten moeten worden ingekort, terwijl het zingen op hele noten wellicht te snel zal verlopen. Zo heeft iedere partij wel wat. Behalve het Forum voor Democratie. De altijd wakkere heer Baudet is namelijk zo slim geweest om een flinke voorraad avonden in te kopen in Zuid-Europa. ‘Daar zijn de zomeravonden altijd lang en zwoel. Men heeft niet het idee dat ze iets kostbaars van de hand doen, in het veen kijkt men niet op een turfje,’ zo deelde hij met een schalks lachje mee.

Nadat dit nieuws de ronde deed stortte de commercie zich op de aankoop van tijd in allerlei delen van de wereld, als het maar zwoel, warm en lang was. Opmerkelijk genoeg pikte Scandinavië ook een graantje mee, vanwege het verschijnsel middernachtzon. Niet zwoel, maar wel heel lang licht.

Rutte vindt de ontwikkeling wat zorgelijk en de gekte prematuur. ‘Jongens, de regel gaat pas in 2021 in. Komt tijd, komt raad.’ Het journaille vertrouwde het niet en kwam er na enig speurwerk achter dat Rutte toch wel degelijk tijd wilde kopen, al was het maar om langer op het pluche te bivakkeren. Of hierover nog kamervragen gesteld zullen worden? De tijd zal het leren…


About this entry