Zorgeloos

489FBB72-9393-41CC-8D26-E41A9718D51E

Met enige regelmaat hou ik op zaterdagavond, even na negenen, een minipreekje bij EO live. Ik mag dan in de studio van het AKN-gebouw in een microfoon praten. Het is altijd naar aanleiding van een feit uit het nieuws. Dit keer viel me op dat oudere werkzoekenden na hun WW in de bijstand belanden en daar niet meer uitkomen, ondanks de aantrekkende economie. Deze mensen maken zich zorgen. Begrijpelijk.

’Maak je dus geen zorgen. Dat heeft geen zin, je blijft er geen dag langer door leven.’ Maak je geen zorgen, zegt Jezus. Ik weet niet hoe het u vergaat, luisteraar, maar ik vind zijn woorden een tikje te eenvoudig. Ik hoor het ook in de reacties op straat. Je zou je geen zorgen moeten maken, maar toch. Hoe kan hij het dan toch zeggen? Hij heeft natuurlijk gelijk: door me zorgen te maken kan ik mijn leven niet verlengen. Het voelt machteloos. Onze economie trekt aan, het aantal werklozen daalt, zelfs het aantal bijstandsgerechtigden daalt. Behalve onder de oudere werkzoekende. Die belandt aan het eind van zijn WW-uitkering in de bijstand. En komt daar niet meer uit. De AOW-leeftijd is opgeschoven, dus voor deze groep is het een hard gelag. Natuurlijk maken deze mensen zich zorgen. Ik ben zelf een poosje werkzoekend geweest. Mijn uitkering zou wel 38 maanden duren. Mijn vrouw heeft een goed betaalde baan, ik kreeg een ontslagvergoeding, ik had mijn eigen bedrijf. Wat kon er misgaan? En toch maakte ik me zorgen. Wat als ik, ik was toch boven de 50, geen werk kon krijgen? Op dat moment sprak ik iemand die mij raad gaf. Ik had daar niet eens om gevraagd. Hij zei: ‘Johan, in Nederland gaan mensen niet dood van de honger. Er zijn altijd nog voedselbanken.’ Zijn opmerking raakte me. Ik was eigenlijk niet zo bang voor armoede. Ik was vooral trots. En gewend aan een comfortabel leven. Zijn opmerking ontmaskerde me. Tegelijk bracht het ontspanning. Ik ging me concentreren op wat ik echt belangrijk vond om te gaan doen. En dat merkten de mensen met wie ik sprak over werk. Ze raakten overtuigd van mijn talent en capaciteit om les te geven. En dat doe ik nu.
Zou Jezus dat bedoelen? Dat ik me niet blind moet staren op mijn onmogelijkheden? Dat ik dat los moet laten? Dat er dan ruimte ontstaat voor wat er toe doet? Bij mij is dat gebeurd. Misschien vindt u dat ik gemakkelijk praten heb. Ik ken uw zorgen niet. Wat ik wel weet is dat woorden van Jezus mensen in beweging brengen. Hij laat je met een andere blik kijken. Wordt het leven gemakkelijker? Nee, dat hoeft niet. Het perspectief verandert. Dat gun ik u. Geeft het zekerheid? Nee. Een comfortabel leven dan? Ook al niet. Maar wat dan wel? Nou, het geeft God aan je zijde. En dat maakt uit.’

 

Advertenties

About this entry