‘Mam, mam, doe eens rustig!’

C5D4CF28-B5F3-437B-ABCF-BA15FC64D1FD

Ze stappen in bij de halte Heidelberglaan. Eerstejaars, een koppel, schat ik zo. Soms raken hun handen elkaar. Zij vervolgt het gesprek. Of liever, de monoloog. ‘Ik vind psychiatrie heel leuk, maar die mensen… Dat ga ik dus niet doen sowieso. Ik vind het ook belangrijk, een goed salaris.’ ‘Informatica?’, oppert haar vriendje. Ze hoort hem niet. ‘Het klinkt heel cliché, maar ik ben dus zo’n meisje waar iedereen naar toe komt met zijn problemen, ook relatieproblemen. Daar heb ik dus geen zin in.’ Het vriendje is gewend om niet te luisteren. Hij kijkt verveeld naar buiten. Dan zegt hij: ‘Ben je wel eens in dat café geweest? Ik wel. Ik voelde me daar zo niet thuis. Allemaal HBO-ers.’ Ze kijkt hem vragend aan. ‘Nou, die zijn toch ook wel intelligent?’ Ze snapt hem niet. Ze is nog niet klaar. ‘Ik ga ook geen fundamenteel onderzoek doen. Moet ik elke dag mijn leven lang in een labje naar een celletje kijken, aantekeningetjes maken, door mijn microscoopje kijken, nee.’ Hij probeert het nog maar eens: ‘Maar informatica dan, verdient goed.’ ‘Ik weet het gewoon niet.’ ‘Nou, je weet in ieder geval wat je niet wil…’ ‘Ja, ik weet heel goed wat ik niet wil. Ik weet alleen niet wat ik wel wil.’ Hij: ‘Moeten we nog naar de appie?’ ‘Nee, we hebben geen bonus, dus dat hoeft niet.’ ‘Wat zullen we dan eten?’ ‘Nou, dan toch maar even. Hè, mijn moeder heeft gebeld.’ Ze doet verwoede pogingen haar moeder te bellen, maar die neemt niet op. ‘Ik haat dat, ze belt nooit zomaar. De laatste keer dat ze zomaar belde was Rob dood. Ik bel haar.’ Na een keer of vier lukt het dan toch. ‘Mam, wat is er? Ik schrik me de tyfus! Mam, mam, doe eens kalm, wat is er? Waar is oma? Waar ben je? Nee, die heb ik niet. Ja, als jij dokter de Jong belt krijg je pillen. Ik krijg ook pillen. Mam, ik zit in de bus. Mam, doe nou eens kalm. Ik schrok, ik dacht dat er iemand dood was. Nee mam, dit is niet erger dan dat er iemand dood is.’ Ze kijkt onhoog, ze kijkt naar buiten, ze kijkt vooral niemand aan. Ze vindt het gênant, dat is wel duidelijk. Vriendje kijkt wat op zijn telefoon. Het lijkt of hij deze gesprekken gewend is. ‘Mam, mam, luister. Mam, mam, wat wil je dat ik doe? Mam, mam, wat wil je dat ik doe?’ Ik hoor het nog een paar keer. Ik hoor niet wat er aan de andere kant gezegd wordt, maar ik stel me een vrouw voor die geheel de kluts kwijt is, voor haar moeder moet zorgen en niemand anders heeft om op terug te vallen dan haar dochter. Niet één keer, maar vaak. ‘Nee, het is een kwartier met de bus, dat valt mee. Mam, mam, je gaat morgen gewoon naar het spreekuur. Mam, ik moet nu uitstappen, een momentje.’ En dan zijn ze weg. Halte Wittevrouwen.

Ik ga door richting Janskerkhof. Vol vragen.

foto: opgebroken pad in het Catharijneconvent

Advertenties

About this entry