Mooiste modernisten

Je bent nu te laat. Wat een prachtige tentoonstelling was dat in het Singer in Laren!

‘Mooiste modernisten toont de ontwikkeling in de Nederlandse schilderkunst in de periode 1870-1940. Een periode waarin kunststijlen zoals het Amsterdams impressionisme, pointilisme, luminisme, kubisme, expressionisme en De Stijl over elkaar heen buitelen. Mooiste modernisten vertelt u alles over deze kunststijlen, maar vooral kunt u genieten van de topstukken die te zien zijn.

De periode 1870-1940, het is een tijd waarin de economie groeit, de wetenschap en kunsten bloeien: de zogenoemde tweede gouden eeuw. De Nederlandse kunst krijgt weer een eigen gezicht en kent succes tot ver buiten de landsgrenzen. Er ontstaat een opvallende trek van kunstenaars van de steden naar het platteland. Daar vinden ze hun inspiratie, in de natuur bij de ‘gewone’ man. Het Gooi, en Laren in het bijzonder, trekt kunstenaars van naam zoals Jozef Israëls, Albert Neuhuys, Anton Mauve, Bart van der Leck, Jan Sluijters en Leo Gestel.’

Het is dan ook geen toeval dat het vernieuwde Singer Laren aftrapt met deze tentoonstelling. Aangetrokken door het internationale succes van de Larense schilders vestigt het Amerikaanse echtpaar William en Anna Singer zich kort na 1900 in de Gooise kunstenaarskolonie. Hun nalatenschap vormt de basis voor de Singercollectie en voor deze tentoonstelling.’

Mijn lief en ik liepen de tentoonstelling, eerst onbewust, later heel bewust, in omgekeerde volgorde. We begonnen daardoor met de stromingen die we het meest bewonderen. Omdat we in het begin een frisse blik hebben, kwam dat goed uit. Ik merkte ook hoe vanzelfsprekend ik de ‘moderne’ kunst vind. Door terug te lopen in de tijd zag ik scherper hoe de schilders baanbrekend te werk gingen. Ze sloegen nieuwe wegen in en durfden heersende meningen trotseren. Federik van Eeden noemde de zaal waar de moderne schilderijen hingen de ‘ziekenzaal.’ Hij was duidelijk niet gecharmeerd van de vernieuwingen. Wat ook opviel was de onderlinge beïnvloeding. De reizen, de contacten met schilders die de verschillende stromingen hebben ingezet, hebben hun spoten nagelaten. Jan Sluijters, ruimschoots aanwezig, is door heel wat stromingen heengegaan. Maar hij geeft er zijn eigen vorm aan. Waar anderen zo zuiver mogelijk een stijl doorvoeren, zoekt hij een versmelting van die stijl en die van hemzelf.

Wat verschrikkelijk mooi is aan deze tentoonstelling is de rijkdom aan kleuren. Waar de schilderijen aan het begin vrij somber en natuurgetrouw zijn, zijn ze naarmate de tentoonstelling vordert steeds kleurrijker. Het landschap is niet veranderd, maar de blik van de schilder wel.

Vrij veel van de schilderijen had ik al in een ander verband gezien. De samenstellers hebben een gelukkige hand gehad en prachtig werk bij elkaar gebracht. Misschien was het wel té mooi. Larense schilders portretteerden arme vrouwen met hun kinderen in de setting waarin ze leefden. Maar op de schilderijen is een veel te rooskleurig beeld geschetst. Vanwege het ongedierte in de huisjes (en op de modellen zelf) werden de schilderijen in studio’s gemaakt. Ik bedoel maar.

 

Advertenties

About this entry