Icarus

DD20A9EB-47A2-4473-A1A9-2E10CEA01868

‘De val van Icarus is een schilderij van Pieter Bruegel de Oude. Het origineel is echter verloren gegaan. Het schilderij in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel werd lange tijd als het authentieke beschouwd maar blijkt gedateerd te zijn omstreeks 1600, terwijl Bruegel stierf in 1569. Het ontwerp daarentegen kan wel met zekerheid met hem in verband worden gebracht. Het is naar alle waarschijnlijkheid een vroege kopie van het oorspronkelijke schilderij van Bruegel.’

Hoe ging het verhaal van Icarus ook weer? Icarus, of beter Ikaros, was samen met zijn vader gevangen gezet op het eiland Kreta, door koning Minos. Daidalos, de vader, construeert van was, veren en hout vleugels waardoor zij vliegend kunnen ontsnappen. De was kan door de warmte smelten, dus Ikaros wordt gewaarschuwd niet te dicht bij de zon te vliegen. In zijn overmoed doet hij dat toch. De was smelt, de vleugels raken onklaar, Ikaros stort in zee en verdrinkt. Moraal van het verhaal: overmoed schaadt. Pieter Bruegel schildert het verhaal. Hij doet iets eigenaardigs. In zijn schilderij lijkt het drama volkomen bijzaak. Je moet goed je best doen om de neergestorte Ikaros te vinden. De personages, de boer, de visser, de herder, deert het niet. Het leven gaat door. Daidalos is niet meer in beeld. Door beschadiging en restauratie is de man compleet van het doek verdwenen. Wat is er met dit verhaal aan de hand dat we er nu nog aandacht aan besteden? ‘Adam, Lucifer of zelfs Icarus belichamen het besef dat er aan het begin van de geschiedenis een smet op de mensheid gevallen is en deze daarna vruchteloos heeft geprobeerd om met die bezoedeling in het reine te komen.’ Aldus Ger Groot, schrijver en filosoof.

Dit verhaal uit de Griekse mythologie heeft schilders en dichters de eeuwen door geïnspireerd. Ze reageerden niet alleen op het verhaal, ook op elkaar. En dan gebeuren er vreemde dingen. Zo vertaalt Vondel (1587 – 1679) een gedicht van Ovidius ( 43 v. C. – 17 n. C.):

De visscher, bezigh met zyn bevende angelroede,
De herder met zyn vee, de lantman, mat en moede,
De hant slaende aen den staert van zynen krommen ploegh,
Zien bey de vliegers, en gelooven wis genoegh
Dat zy twee goden door den hemel heen zien zweven.

Er wordt gesuggereerd dat Bruegel het drama tot een gebeurtenis in de marge maakt. Dat is natuurlijk onzin. Je ziet onmiddellijk, dat als je Daidalos en Ikaros weglaat, het schilderij totaal verandert en eigenlijk zijn betekenis verliest. Dit commentaar op Bruegels schilderij is wel interessant. Albert Verweij (1865 – 1937) tuint ook met open ogen in de val die Bruegel voor de kijker zet:

Vielt ge, Ikarus? De landman snijdt de voor:
Hij heeft voor ’t plassende geplons geen oor.
De visser op de rotswand houdt zijn plaats,
Vol winzucht zorgend om ’t bewegend aas.
De vogel, naast hem op de tak, ziet uit
Naar mooglijk aandeel in de vinnige buit.

Alleen de meeuwen zwermend om u heen.

Merken ’t verdwijnen van uw witte been.
Eén ziet omhoog: de man die schapen dreef
Zag in de lucht iets vreemds en vraagt waar ’t bleef.
Op heel de baai van Samos straalt de zon
Die Ikarus dacht naadren, maar niet kon.
De wind waait ginds fregat de zeilen bol,
Het volk heeft in het want de handen vol.

Bij Jan Kal (1946 – )? Idem dito:

Dit landschap wordt ontvouwd voor onze ogen:
een schip vaart weg, geen man is overboord,
de plons van Icarus wordt niet gehoord
en Daedalus is uit de lijst gevlogen.
De boer is op z’n zondags en ploegt voort,
de visser zit naar voren toe gebogen,
de herder heeft z’n schaapjes op het droge,
zijn hond zit vast aan een tweedubbel koord.

Heeft dit verhaal ook een moraal? Of zoek ik er dan teveel achter? Elke tijd kent bevlogen mensen, idealisten, avonturiers, genieën, charlatans, schurken, vluchtelingen. Soms neemt hun idee, hun daad, hun boodschap een vlucht. Dan gaat het ‘viral’. In het overgrote deel van de gevallen is het slechts een rimpeling. Zelfs de ideeën die vruchtdragen zijn soms een hype. Heeft Bruegel gelijk? ‘En de boer, hij ploegde voort.’ De gewone man heeft geen tijd om zich bezig te houden met het geluk of ongeluk van de ander. Vroeger niet omdat hij zichzelf van de hongerdood probeerde te redden. Nu niet omdat hij verdeeld en verdwaasd door het bombardement aan prikkels en signalen geen flauw idee heeft waar het in het leven nog om gaat. Zo is het niet. Dit is te cynisch. Het lijkt zo, het is schijn. Uiteindelijk heeft het kwaad niet het laatste woord. Iedereen is ontzet over het tragisch lot dat Ikaros treft, niemand heeft het over de geslaagde vlucht van Daidalos.

‘Daedalus intussen, vol afkeer van Creta en de lange ballingschap en geraakt door liefde voor z’n geboorteplaats, was opgesloten door de zee. “Hij mag dan de landen en de wateren versperren,” zei hij, “maar de hemel staat in ieder geval open: daarlangs zullen wij gaan! Al bezit hij alles, de lucht bezit Minos niet.”
Zo sprak hij en richt zijn geest op onbekende kunsten, en hij vernieuwt de natuur. Want hij zet veren op een rij, begonnen vanaf de kleinste, korter dan de volgende lange, zodat je zou denken, dat ze op een helling zijn gegroeid: zo verrijst soms de boerenrietfluit geleidelijk met ongelijke stengels. Dan bindt hij met draad en was de veren in het midden en onderaan vast, en als ze zo zijn samengesteld, buigt hij ze met een kleine kromming, om echte vogels na te bootsen.’ Dat Ikaros -door overmoed, onkunde, jeugdig avonturisme- zich dood vliegt, doet dat iets af aan de wending die Daidalos in hun lot heeft gebracht? Het is dus ook maar hoe je er naar kijkt. Laat je niet slechts leiden door de blik van de kunstenaars. In dit geval zou je van hen ook meer originaliteit en creativiteit hebben verwacht. Tenminste, als je in een kunstenaar iemand ziet die niet alleen als seismograaf de signalen vanuit de samenleving weergeeft.

W. H. Auden schrijft: ‘Over het lijden hadden ze het nooit bij het verkeerde eind, de oude meesters: hoe goed begrepen ze de menselijke positie: hoe het plaatsgrijpt, terwijl iemand anders aan het eten is of een raam opent of dartelt; Hoe, wanneer de ouderen eerbiedig en hartstochtelijk wachten op de wonderbaarlijke geboorte. Ze zijn het nooit vergeten dat zelfs het vreselijke martelaarschap zijn loop moet hebben.  In Bruegels Icarus bijvoorbeeld: hoe alles zich afwendt, heel ontspannen, van de ramp; de ploeger heeft de plons gehoord, de verlaten kreet, Maar voor hem was het ongeluk van geen belang.’ Geloof het niet, wat Auden je op de mouw probeert te spelden. Je hebt een keus. Je kan wegkijken. Je kan ook anders beslissen.

Advertenties

About this entry