The Void

DSC_4655

Ik kom niet op een ander woord dan ‘the void’. Het betekent zoveel als ‘de leegte (v) ; de lacune ; de leemte (v) ; de ledigheid (v) ; het vacuüm.’ En dat precies waar ik me in bevind. Mijn moeder ‘ontviel me’ zes maart dit jaar. ‘Jullie zullen me missen, maar het gaat weer over.’ Ze wist het uit eigen ervaring. Ze wist dat haar verblijf in het hospice haar laatste plek op aarde zou zijn. ‘De koningin wordt niet beter verzorgd dan ik!’ Elke dag massage!’. Ze was diep tevreden over haar verblijf in het hospice. Ze maakte zich zorgen over daarna. ‘Wat als ik hier weer weg moet? Ik kan niet terug naar mij flatje.’ Ze dacht dat ze meer dan drie maanden te leven had. ‘Hoe heb je dit toch gevonden?’, vroeg ze mijn zus. De huisarts kwam er regelmatig en was er zeer over te spreken. ‘Toevallig’ was er plek.
‘Wat heb ik toch een goed leven gehad!’ Ze keek er met dankbaarheid op terug. Ik was wel wat verbaasd. Ze had genoeg meegemaakt. Lichamelijk niet echt sterk, verschillende ziekenhuisopnames, uiteindelijk stierf haar man aan Alzheimer en Parkinson, een lijdensweg van zeven jaar. En dan de oorlog. Twaalf was ze toen die uitbrak. Ze heeft Rotterdam zien branden, de assnippers belandden bij haar thuis in de tuin. Ze heeft de stoet mensen zien langstrekken, opzoek naar onderdak. Duitse soldaten werden bij hen ingekwartierd. Op het eind was het heel sober geworden, maar doordat haar vader veehandelaar was hielpen boeren uit de omgeving het gezin de laatste winter door. ‘Als de oorlog voorbij is nemen we allemaal een pannetje tarwepap voor ons eigen.’ Ze woonde per slot onder de rook van Rotterdam. Het is er nooit van gekomen. Vreemd genoeg was de oorlog niet de grooste verschrikking geweest in haar bestaan. Wel was er een oom van haar gefusilleerd wegens landverraad. Hij had Trouw gedrukt in zijn drukkerij, maar was verraden. In Vught is hij vermoord, in 1944. Ze vond het erg, maar het was gebeurd.

Ze was de laatste uit haar gezin. Ik bewonder haar om haar nuchtere wijsheid. Ze was ons dankbaar voor de aandacht en de zorg. Die wij zo vanzelfsprekend vonden. Ze had ons zelf met aandacht en zorg en liefde grootgebracht. Hoe konden we haar dan veronachtzamen? Ze hield zielsveel van haar kleinkinderen en was vol belangstelling voor hun prestaties op school, tijdens de studie, op hun werk. Ze leefde met hen mee in hun relaties, vond het belangrijk dat ze gelukkig waren met hun partners. Ze had mensenkennis. Heel vlug had ze door wie ze voor zich had. En dat stak ze dan niet onder stoelen of banken.

Ze genoot, voor zover dat kon, van de uitmuntende zorg en aandacht. Artsen en verzorgenden spanden zich in voor de juiste pijnbestrijding. Daardoor was ze glashelder en leed ze zo min mogelijk.

In de gesprekken van de laatste weken legde ze een levenswijsheid aan de dag die me met diep ontzag vervulde. Haar verlangen naar het einde groeide. Met het afnemen van haar krachten en het groeiend besef dat haar dagen hier geteld waren nam haar nieuwsgierigheid naar wat komen gaat toe. Ze is daar dubbel in, ze weet het niet zeker. Ze is vol ontzag voor haar Schepper. Tegelijkertijd kan ze zich niet voorstellen hoe ze zonder God verder zou moeten. Haar gesprekken met Hem zijn de laatste jaren intenser geworden. Maar Hem ontmoeten, dat is heel wat anders. Toch groeit haar vertrouwen. Ze heeft, beseft ze, geen keus.

Ik luister naar muziek van Sela. Kinga Ban zingt een vertolking van het lied van Simeon. De woorden slaan ineens op mijn moeder. Mijn lief denkt hetzelfde. Wat zingt ze?

’Nu laat u mij in vrede gaan. Wanneer ik hier mijn ogen sluit heet u mij welkom in uw huis. Ik leef het leven tegemoet tot ik U zie en U ontmoet. Nu laat u mij in vrede gaan.’

Opmerkelijk dat ze vertelt over haar vroege jeugd. Het gezin waarin ze is opgegroeid, haar ouders, haar zussen, daar gaat het over. Niet over haar man. Wel over ons en haar kleinkinderen. Ook andere familie komt ter sprake, van de generatie van haar ouders. Het zijn soms aangrijpende verhalen. Het is een voorbije wereld. Als zij straks haar ogen sluit wordt die wereld ook voor mij gesloten. Dan is er niemand meer die er van weet. Zij is de laatste.

Met haar verdwijnt degene die mij kende voor ik zelf herinneringen had. Een verlies, een groot verlies.

Mijn jongste zoon vertrok deze zomer uit huis. Ook dat ervaar ik als een soort verlies. We hebben het goed samen, de nieuwe situatie went snel. Het is een soort vrijheid. Niet dat hij een claim legde. Hij ging zijn eigen gang. Maar nu houden we met niemand meer rekening.

En toch voelt het als verlies van betekenis. Ik ben geen zoon meer. Geen vader in huis meer. Vandaar ‘the void’. Rouw en verdriet laten zich niet plannen. Ik heb het druk, werk op twee scholen. Zo nu en dan gaat de deksel van de doos. Meestal is er dan stilte. Soms zijn er tranen, vaak door muziek. Om meer in het ‘hier en nu’ te zijn, bouw ik het gebruik van Facebook af. Het helpt. On y va. Ook ik leef het Leven tegemoet. Gelukkig maar.

Advertenties

About this entry