‘Aanrakig’

 

3F581AC8-6926-44E7-AE8F-E269838842A4‘Toen ging hij aan mijn dijen zitten dus. Hij werd heel aanrakig. Ik was best dronken.’ -‘Maar gaat het bestuur hem royeren?’ -‘Nou, er is een gerucht dat hij een meisje heeft aangerand, soort van. Ze zei duidelijk nee, maar dat wil hij niet horen. Hij is zo’n type dat alles veel te hard doet. Als ie vecht of stoeit, veel te hard. Maar met meisjes ook. Hij stopt niet.’ -‘En met jou ook?’ -‘Er is niks gebeurd, maar hij zat wel aan me. Ik heb dat gerucht dus ook doorverteld. Ik weet niet of het zo is. Dat vind ik wel rot. Ik heb dat tegen hem gezegd. Maar toen begon ie daarna wel aan me te zitten.’

We waren er een poos niet geweest, mijn lief en ik, bij de Veldkeuken. En nu zaten we dus naast een tafeltje met twee studentes. Eerstejaars, dat was duidelijk. Ze konden dit leven nauwelijks aan. De ene leefde een teruggetrokken bestaan, zoals ze het noemde. De ander stortte zich in het studentenleven met drank en pogingen tot een relatie. Met de studie ging het maar zozo. ‘Zou je niet beter willen zijn? Ik bedoel: echt werken, echt studeren?’ -‘Ja, nou, als ik dus niets gedaan heb, ga ik niet naar college, daar heb ik dan niks aan.’ -‘Nee, maar dan moeten we gaan werken.’

Ze kijken steels naar een ander tafeltje. Daar zit een oudere jaars met open laptop. Daar wordt geconcentreerd gewerkt.

Mijn lief en ik voeren tussendoor ons eigen gesprek. Zij vertelt over haar leerlingen, vier, vijf en zes jaar oud, die zich hartstochtelijk op Kerst storten. De boom in de klas bezwijkt bijkans onder de versieringen, zo enthousiast produceren ze sterren, harten, pompoenen. Ik breng mijn leerlingen, veertien, vijftien, zestien, de wet van Lavoisier bij. De atomen (en hun massa) die voor de reactie aanwezig zijn, zijn dat ook na de reactie. Dat vraagt tellen, rekenen, en je afvragen waarom roestend ijzer zwaarder wordt in plaats van lichter.

De verhalen van de studentes zijn toch wel verbijsterend. Ze zijn wat gelaten onder de misdragingen van hun mannelijke medestudenten. Hoe komt dat toch? Ik zie het bij mijn leerlingen al gebeuren. Een meisje hangt tegen de balie voorin de klas terwijl ze wacht om mij te spreken. Een jongen loopt langs en geeft haar een por in haar zij. Ze springt op, gilt. Ik zeg: ‘Vroeg ze daar om? Vind ze het leuk?’ Hij kijkt me aan en lacht wat. ‘Grapje, meneer, moet kunnen.’ ‘Vind je het leuk? Wilde je het?’, vraag ik haar. Ze lijkt wat in de war. Ze haalt haar schouders op.

Toch spreken meisjes regelmatig hun waardering uit als ik jongens aanspreek op hun handtastelijkheden. Ze worden zich wat bewuster van het feit dat ze het niet goed hoeven te vinden. De jongens zijn ook wel voor rede vatbaar. Ze geven zo nu en dan toe dat ze er niet bij nadenken. En nu dus wel. Soms.

Advertenties

About this entry