De dood

1400040_584180671617966_1547328199_o

‘Want volgens het wetsvoorstel (Voltooid leven, D66) zou het leven niet langer beschermenswaardig zijn vanaf 75 jaar. We weten al dat het leven niet langer beschermenswaardig is tot een zwangerschapsduur van 24 weken sinds de abortuswet. Daar komt dan nu een bovengrens bij.’ Bron: Trouw.

Goed, bij D66 is je leven in goede handen. Vanaf 24 weken zwangerschap tot aan je 75e levensjaar. Daarvoor en daarna: niet. Persoonlijk vind ik het een groot kwaad wat deze neoliberalen willen. Ik vertrouw ze voor geen meter. Ik zal je vertellen waarom. Ik maakte het volgende mee, eenentwintig jaar geleden.

Mijn jongste zoon werd geboren. Na een voorspoedige bevalling mochten zijn moeder en hij naar huis. Het was niet vanzelfsprekend. De gynaecoloog gebruikte een paar dure woorden. Prematuur en dismatuur. Met andere woorden, hij was te vroeg en hij was klein voor zijn leeftijd. Maar hij was gezond! Familie en vrienden kwamen op bezoek, het was feest! Na een paar vermoeiende dagen werd het jongetje wat suf. Hij viel op een gegeven moment weg. Mijn vrouw schrok. Ze vertrouwde het niet. Het was in het weekend, we belden met de vervangende huisarts. Mijn vrouw legde uit wat er gebeurd was. Ze kwam direct. Een jonge vrouw, zelf moeder. Ze begreep onze zorg. Terwijl ze onze zoon onderzocht raakte hij opnieuw versuft. Toen ging haar telefoon. Ze vroeg of ze mocht opnemen. Dat vonden we goed.

Wij hoorden maar een kant van het gesprek. Daaruit viel op te maken dat er iemand belde waarvan de vader of moeder een hartaanval had gehad en nu in coma lag. Degene die belde wilde van de huisarts weten of de patiënt uit de coma zou ontwaken, of er hersenschade zou zijn, hoe lang het nog zou duren en of het niet beter was dat pa of ma maar zou overlijden. We zagen dat de arts kwaad werd. Haar gezicht verstrakte. Haar antwoorden waren kundig, beheerst en zeer gedecideerd. Het gesprek verliep niet goed. Na afloop verontschuldigde ze zich.

Absurd, ons pasgeboren kind worstelt tijdens zijn eerste dagen, een onbekende ander worstelt met zijn of haar laatste dagen. Wat mij het meeste raakte was het ongeduld, de korzeligheid van de beller. Het moest maar afgelopen zijn, ze waren er klaar mee. De onzekerheid werd niet geaccepteerd.

Deze onbekende kon niet bepalen of het leven voltooid was. De nabestaanden dachten van wel. Sommige mensen denken dat we zelf kunnen bepalen dat we klaar zijn met het leven. Het maakbaarheidsdenken blijkt op dit terrein nog springlevend. Mij lijkt het een heilloze weg. In theorie en op papier zal het allemaal mooi geregeld worden. In de praktijk zal het voorkomen dat nabestaanden iemand wegwerken. Ik hoorde het gebeuren.

Sterker nog: ik kwam zelf in een positie terecht waarin mij werd gevraagd om over het leven van een ander te beslissen. Ik was daar niet op voorbereid. Ik voelde me overvallen. In heel korte tijd moest ik een zo goed mogelijke afweging maken over het te volgen behandelplan. De arts legde het me gewoonweg in handen. Was het leven waarover ik nu moest beslissen voltooid?

De man was ernstig dement en dialyse-patiënt. Dat was al enige tijd zo, maar nu had hij zijn heup gebroken. Een epileptische aanval had hem in deze situatie gebracht. Hij leed ernstige pijn, was onbereikbaar en er was weinig hoop op herstel. Het staken van de behandeling, niet dialyseren zou hem een spoedig en weinig pijnlijk einde bezorgen.
Na enige tijd van bezinning besloot ik om hem niet verder te laten behandelen. Nog eerder dan verwacht overleed hij. Tijdens het moment van de beslissing had ik het letterlijk koud. Wat me hielp bij het nemen van de beslissing was het feit dat hij heel stellig was geweest over reanimatie. Dat wilde hij niet.

Was zijn leven voltooid? Dat weet ik niet. Ik ben geneigd om te zeggen dat deze laatste periode van dementie en dialyseren niet veel meer toevoegde aan zijn bestaan. Het lijden was plotseling groter geworden. Ondraaglijk? Wellicht, voor iemand die dement is en niet meer weet wat hem overkomt en waarom. Opmerkelijk dat de arts mij de verantwoordelijkheid van de beslissing in handen legde. Welk ijkpunt gebruik ik om te bepalen dat niet behandelen nu het beste is? Er was pijnbestrijding mogelijk. Herstel van de breuk van het heupbeen zou lange tijd nemen. De dementie zou verergeren, de dialyse was al zeer frequent. Een ernstige nierpatiënt die niet gedialyseerd wordt raakt vergiftigd en daardoor in coma. De arts verwachtte desgevraagd dat de dood met enkele dagen zou intreden, gezien zijn slechte conditie. Uiteindelijk leefde hij na mijn besluit nog vijf uur.

Stel, de wet zou al in werking zijn getreden, zou het wat veranderd hebben? In een individueel geval wellicht niet. Maar het denken in de omgeving zou ingrijpend veranderen. Ik had nu de vrijheid om het tegendeel te besluiten. Dat zou op grote bezwaren hebben gestuit. ‘Wat voegt het rekken van dit lijden nog toe? U ziet toch wel dat dit leven al een paar jaar geleden voltooid was? Wie gaat de kosten dragen voor de extra zorg? Hebt u daar al aan gedacht?’

 

Advertenties

About this entry