Lviv, Aktion Petliura 2

IMG_0591

Tijdens de pogrom in juli 1941, gefilmd en gefotografeerd door Duitse soldaten, begaan door Oekraïense inwoners. Een Joods meisje, opgejaagd, aangerand, geschonden. Ze heeft nauwelijks meer kleren aan. Een vrouw (haar moeder?) ontfermt zich over haar. Ontzet is ze, verbijsterd. Ze kijkt de fotograaf aan, zegt iets, maakt een gebaar. Wat overkomt haar, wat staat haar nog te wachten?

Dit Joodse meisje kent vast het Achttiengebed. De Eeuwige wordt aangeroepen. Van Hem wordt redding, bevrijding verwacht.

‘Gij zijt machtig voor altijd, Heer,
Gij doet doden leven,
groot zijt Gij in bevrijden;
die in verbondenheid het leven onderhoudt,
in grote barmhartigheid doden doet leven,
vallenden steunt,
zieken geneest
en geboeiden losmaakt
en zijn trouw gestand doet
aan hen die slapen in het stof.
Wie is als Gij, Heer van machtige daden,
en wie is U gelijk,
Koning, die doodt en doet leven
en bevrijding laat ontspruiten.
Getrouw zijt Ge in het doen leven van doden.
Gezegend Gij, Heer, die de doden doet leven.’

Wat haar en haar volk is aangedaan is onbeschrijflijk. Heeft de Eeuwige het niet gehoord? Waar was Hij? ‘Eheje Asjer Eheje, daarmee maakte God zich bekend aan Mosjé en aan het Joodse volk toen Mosjé aan God vroeg: „Wie bent U eigenlijk? Hoe moet ik U noemen bij mijn volk, want ze zullen het niet geloven.” Tóén was het al moeilijk om in God te geloven; kal wachomer, zeggen ze in de Talmoed, hoeveel te meer zo, na die onvoorstelbare verschrikkingen van de Shoa. Is er een God na Auschwitz? Waar was God in Auschwitz, Sobibor, Majdanek?’ (bron: NIW)

‘Zie onze ellende en strijd onze strijd
en verlos ons snel, ter wille van uw Naam;
want een sterke verlosser zijt Gij.’
Gezegend Gij, Heer, Israëls verlosser.’

Het is niet gebeurd. God heeft niet verlost, niet bevrijd. De Nazi’s konden hun gang gaan, veel Europese volken lieten hen hun gang gaan. Er was weing verzet, er was weinig compassie.

IMG_0590

Ik moet denken aan het lied van Randy Newman (Jood).

‘Cain slew Abel, Seth knew not why
For if the children of Israel were to multiply
Why must any of the children die?
So he asked the Lord
And the Lord said:

Man means nothing, he means less to me
Than the lowliest cactus flower
Or the humblest Yucca tree
He chases round this desert
‘Cause he thinks that’s where I’ll be
That’s why I love mankind

I recoil in horror from the foulness of thee
From the squalor and the filth and the misery
How we laugh up here in heaven at the prayers you offer me
That’s why I love mankind

The Christians and the Jews were having a jamboree
The Buddhists and the Hindus joined on satellite TV
They picked their four greatest priests
And they began to speak
They said, “Lord, a plague is on the world
Lord, no man is free
The temples that we built to you
Have tumbled into the sea
Lord, if you won’t take care of us
Won’t you please, please let us be?”
And the Lord said
And the Lord said

I burn down your cities-how blind you must be
I take from you your children and you say how blessed are we
You all must be crazy to put your faith in me
That’s why I love mankind
You really need me
That’s why I love mankind’

Ik begrijp het cynisme. Wie de verschrikkingen die mensen elkaar aan hebben gedaan en nog aandoen tot zich door laat dringen, zou zijn geloof verliezen. In ieder geval in de mens. Maar ook in zijn schepper. Er is iets vreselijk misgegaan.

Toen: eind juli 1941, nu: 14 juli 2017. Geen van de daders en slachtoffers van toen leeft meer. Waarom houdt het me nog bezig? De vraag naar het waarom van het kwaad laat me niet los, ook al weet ik dat er geen antwoord op komt. Het enige dat ik ervaar is een uitgestoken hand. Er wordt geen verklaring gegeven, wel vertrouwen gevraagd.

 

Advertenties

About this entry