Mooi meisje in Frutigen. Of: ingepakte herinnering

IMG_2042

Dat heb jij vast ook wel, dat je een bepaald beeld hebt van een plek waar je ooit was, of een bepaalde gebeurtenis waar je deelgenoot van was en dat je dan jouw interpretatie heilig verklaart. Ik heb dat. Er zijn plekken op deze wereld waar ik geweest ben, soms maar even, waar ik een bepaalde sfeer opsnoof. Dat moment, die impressie verbind ik dan ‘voor eeuwig’ met die plaats. Ik ben dan niet bereid om mijn invulling prijs te geven. Het gaat zelfs zo ver dat ik die plekken niet opnieuw bezoek of met een zekere tegenzin. Want als ik dat doe verstoor ik het zorgvuldige opgebouwde beeld.

Mijn ‘angst’ voor die verstoring is nog al eens terecht. Het leven staat natuurlijk ook  niet stil na mijn bezoek. Schokkend als ik dan zie hoe een straat, een dorp of een heel landschap is veranderd. Of erger nog: vernietigd. Want het had altijd moeten blijven zoals ik het achterliet en me herinnerde.

Ik was een kind. Het was vakantie. We waren op weg naar het Lago Maggiore. We reden daarheen door Zwitserland. Bij Spiez verlieten we de hoofdweg (het was toen nog geen snelweg) om via een dal naar Kandersteg te rijden. Daar gingen we met de autotrein door de Lötschbergtunnel. In Frutigen maakten we een stop. Er moest brood, beleg en fruit gekocht. Het dorpje had een kleine supermarkt. Het was slecht weer, het gutste van de regen. Ik zie nog de bellen in het water, veroorzaakt door de grote regendruppels. Het water stroomde met grote snelheid over de hellende straten. Het was donker, zo dik was de bewolking. De verlichting van de winkel stak fel af tegen het donkere hout van de huizen en het bijna zwarte asfalt. En daar liep ze, in de regen. Een Zwitsers meisje, met donker haar en grote ogen. Ik herinner me haar kleding niet, ook haar gestalte kan ik me niet meer voor de geest halen. Alleen haar prachtige gezicht. Uitgesproken jukbeenderen, een kleine mond. Ze liep onder een paraplu, ze was zo voorbij. Maar ik had haar voor altijd gezien.

Natuurlijk ben ik vaker in Frutigen geweest. Als ik er dan kwam, keek ik altijd uit naar dat meisje. Ze was elke keer natuurlijk iets ouder geworden. De gedachte was onverdraaglijk dat ze met een jongen ging, of verhuisd was. Ik wist heel goed dat ze van mijn bestaan niet afwist en dat alles wat ik dacht je reinste fantasie was. Maar de gevoelens waarmee het gepaard ging waren dat niet. Ik koesterde het meisje uit Frutigen.

Ik wil Frutigen niet graag opnieuw bezoeken. Ik heb er niets te zoeken. Ik heb er als jongetje ooit iets gevonden. En dat wil ik niet kwijt. Ook al bestaat het in werkelijkheid niet eens.

Advertenties

About this entry