God – Frédéric Lenoir

DSC_0323_2

‘Een boek voor twijfelaars, gelovigen en atheïsten’. Titel: ‘God?’
‘Als God bestaat, waarom is Hij dan onzichtbaar? Is God een persoon, een energie of een scheppingsprincipe? En als het een persoon is, waarom dan bijna altijd een man?’ Vragen, vragen, vragen. We moeten het de mensen van vandaag maar niet kwalijk nemen, want ze worden opgevoed met systematische twijfel. Het heeft de mensheid wel ergens gebracht. We weten veel, maar nog veel meer niet. En weten heeft ons niet gelukkig gemaakt. Ook God wordt tot onderwerp van onderzoek gemaakt. Maar op de snijtafel van de menselijke geest treft met Hem niet aan. Wat ligt daar dan wel? Daar liggen beelden, ervaringen, projecties en meer. En teksten. Bij gebrek aan het echte onderwerp van onderzoek gaat het daar dus over.

‘Frédéric Lenoir (1962) is Frans filosoof, socioloog, godsdiensthistoricus en hoofdredacteur van Le monde des Religions. Hij schrijft romans en non-fictie en heeft een wekelijks programma op France Culture, Les racines du ciel. In het Nederlands verschenen van hem De filosofie van Christus (2008), Een geschiedenis van onze goden (2010), Socrates, Jezus, Boeddha (2010), Hoe Jezus God werd (2011) en onlangs Handleiding voor een evenwichtige geest en een kalm gemoed.’

Volgens Lenoir, die de gangbare mening van het godsdiensthistorisch onderzoek volgt, is het geloof in één God een van de jongste twijgen aan de religieuze stam. Atheïsme is de een na laatste, agnosticisme de laatste mode in geloven. Dus zo word ik bekeken als ik ‘nog’ geloof in een persoonlijk God.

Wonderen
Laat Lenoir nog wat heel? Laat ik een illustratie geven van zijn manier van denken: de wonderen van Jezus. Tegenwoordig zijn de wonderen van Jezus een bezwaar om te geloven. Lenoir stelt zich op als wetenschapper en leest de bijbel als literatuur. Hij beoordeelt het verslag van de wonderen op hun literaire en dramatische effect. Toentertijd waren wonderen geen bezwaar, ze waren een onderstreping van zijn aanspraken op Wie Hij was (met hoofdletters). Lenoir: ‘Ik denk dat als deze tekenen helemaal niet waren vermeld, de evangeliën hun belangrijkste dramatische drijfveer zouden ontberen: hoe was het mogelijk dat een man die zoveel daden verrichtte waaruit bleek dat God met hem was, zijn macht niet heeft gebruikt om zichzelf te redden? Jezus ‘wonderen’, die misschien helemaal geen wonderen waren, spelen dus een cruciale rol in de boodschap die hij wilde uitdragen.’ Wat gebeurt hier nu? Hier spreekt een wetenschapper, die niet in het bovennatuurlijke gelooft. Die de bijbel leest als literatuur. Hij ontdekt dat Jezus, in het afzien van zijn goddelijke macht, zich juist ‘op zijn goddelijkst’ toont.

De redenering strookt met de strekking van Jezus’ eigen boodschap: ‘Ik ben niet gekomen om te heersen, maar om te dienen.’ En je leven geven is een ultieme daad van dienstbaarheid. Door de waarheidsvraag rondom de wonderen even achterwege te laten, valt het volle licht op de opoffering van Jezus Christus. Verderop in de zoektocht komt de echtheid van wat Jezus deed ter sprake. Hier is het voorlopig genoeg om te constateren dat Gods liefde zich in volstrekte (vrijwillig gekozen) machteloosheid voltrekt. Lenoir: ‘De ontbering, de nederigheid, de overgave en de vergevingsgezindheid van Jezus in zijn lijden zijn dus tekenen die verwijzen naar die belangrijkere boodschap van Jezus: God is liefde.’ (pag. 57, 58)

Ketters?
Aan het slot van zijn boek, in de epiloog, laat Lenoir zich in de kaart kijken. Hij heeft het Rooms-katholicisme vaarwel gezegd: te knellend. ‘Er zijn twee redenen waarom ik christen ben: een persoonlijke ervaring van de levende Christus en een voortdurende verwondering over de kracht, de spirituele verhevenheid, de menselijkheid en de universaliteit van de evangeliën.’ Is Lenoir een ketter? Hij werpt de vraag zelf op. Ik laat het in het midden.

Naar aanleiding van: God?, Frédéric Lenoir, isbn 9789079001316 € 19,95

Advertenties

About this entry