Tirza -Arnon Grunberg

DSC_4344

“Wie een mens veracht zal nooit iets met hem kunnen beginnen.” (Dietrich Bonhoeffer)

Tijdens het Nederlands Film Festival (2010) in Utrecht ging de film Tirza in première, gemaakt op basis van het gelijknamige boek van Arnon Grunberg. Mijn collega waarschuwde me al: Grunberg is niet altijd kuis en prettig. Ik moet haar volkomen gelijk geven: bij tijd en wijle is het een ranzig en vunzig boek. Het was een kwelling om het te lezen. De film Tirza is een hit, sinds de film is uitgebracht zijn er meer dan 100.000 bezoekers geweest en heeft hij de status van gouden film bereikt. Ook het boek verkoopt goed (in 2007 nr. 25 op de lijst van best verkochte boeken, dus minstens 75.000 exemplaren) en er zal naar aanleiding van het uitomen van de film wel weer een opleving zijn. Je kan dus wel zeggen dat Grunberg een aansprekend boek heeft geschreven. Naast het boek opende hij ook een website waarop ‘Tirza’ haar blogs schreef (www.tirza.nl).

Korte inhoud
De hoofdpersoon is Tirza’s vader, Jürgen Hofmeester. Hij werk(te) bij een uitgeverij en speurde er naar buitenlandse fictie, die de uitgever zou kunnen laten vertalen en uitgeven. De man is echter een mislukking in zijn werk en is op non-actief gesteld. Ontslaan werd te duur, dus hij zit met behoud van salaris zijn laatste jaren thuis. Zijn vrouw heeft hem verlaten, zijn oudste dochter is het huis uit, alleen zijn jongste dochter woont nog bij hem, Tirza. Zij is ‘zijn best gelukte project’, zijn zonnekoningin. Hij verafgoodt haar en beschouwt haar bijna als een vriendin. Gaandeweg krijg je als lezer in de gaten dat Jürgen niet helemaal spoort. Hij is een controlefreak, voor zichzelf en ieder ander. Het boek opent met de voorbereidingen van Tirza’s examenfeest. Alles moet tiptop in orde zijn, maar gaande de voorbereiding en het feest zelf loopt hem alles uit de hand. Zijn echtgenote keert terug: ze kan nergens meer heen. Ze speelt met haar man en gedraagt zich tijdens het feest liederlijk. We maken alles mee vanuit de optiek van Jürgen. Dat doet Grunberg heel goed: je bent zo nu en dan geneigd met de redenering van Jürgen mee te gaan. Tegelijkertijd lees je hoe veel hij die avond drinkt en dat moet zijn beoordelingsvermogen en gedrag wel beïnvloeden. Als hij zich in het schuurtje vergrijpt aan een klasgenote van Tirza wordt dat duidelijk. Ze noemt haar vader een vieze man en dat is hij ook. Tirza introduceert op het feest haar vriend. Het blijkt een Marokkaan te zijn die iets ouder is dan zij. Hij is geen praktiserend moslim, maar Hofmeesters nekharen gaan overeind. Ondertussen weten we dat hij geen enkel bezwaar maakte tegen de vele ‘vriendjes’ die het bed deelden met zijn dochter. Al vrij snel komt de kern bloot te liggen: we hebben te maken met een volstrekt amorele man, een amoreel en mislukt huwelijk en (daardoor) twee stuurloze dochters. Verderop in het boek bekent Hofmeester dat hij zijn Afrikaanse werkster die illegaal in Nederland verblijft, misbruikt. Voor hem is de vernedering van deze vrouw (en van meer vrouwen) een vorm van ‘genot’.

Tirza heeft al langer het idee om naar Afrika te gaan, voor ze aan haar studie begint. Haar vader koketteert daarmee, maar is heimelijk tegen. Hij staat erop zijn dochter en haar vriend naar het vliegveld in Frankfurt te brengen (na een tussenstop in zijn ouderlijk huis in de Betuwe, zijn ‘buiten’), van waar haar goedkope vlucht naar Namibië vertrekt.
Het blijkt dat de man zich niet alleen te buiten gaat aan ‘hete’ zonden, maar ook aan ‘koude’. Hij verhuurt, omdat hij boven zijn stand woont en leeft, de bovenverdieping van zijn huis. Het geïnde geld stort hij op een geheime rekening in Zwitserland en ontduikt daarmee de belasting. (Hij belegt dit groeiend vermogen roekeloos en verliest het door de financiële crisis geheel.) Ook zet hij de huurders af door onterecht hun borg in te houden. Ze zouden het huis met gebreken achterlaten. Gaandeweg ben ik meer van deze man gaan walgen. Een weerzinwekkend en gewetenloos mens die aan zijn meest stuitende misstappen nog een draai probeert te geven.

Omdat hij langere tijd niets van zijn oogappeltje hoort slaat de paniek toe en vertrekt hij naar Namibië. Hij dwaalt door het land en wordt aangeklampt door een kind dat zich in leven probeert te houden door zich aan oudere mannen te verkopen. Wonderlijk genoeg ontfermt hij zich over dit kind en doet haar niets aan. Wel wordt gaandeweg duidelijk dat hij Tirza niet zoekt, maar probeert te verdwijnen. Het meisje, Kaisa, verhindert hem te verdwalen in de woestijn. Uiteindelijk keert hij aan de rand van waanzin terug naar huis. Ondertussen is de lezer duidelijk wat er eigenlijk met Tirza is gebeurd.

De echtgenote
Hofmeesters vrouw is haar man ontvlucht en verloor zich in tal van relaties. Uiteindelijk aan de kant gezet en vastgelopen keert ze terug naar het huis van haar man. Ze heeft zich van beide dochters nooit iets aangetrokken. Die nemen haar dat kwalijk. Grunberg schetst haar als en vrouw die uitsluitend met zichzelf bezig is. Ook als zij zich met anderen bemoeit gaat het over haar. Gaandeweg ontwaakt in haar toch zorg over haar jongste dochter en blijkt ze ook nog om haar echtgenoot te geven.

Tirza
Grunberg besteedt weinig woorden aan haar. Wat we van haar te weten komen blijkt voornamelijk projectie van Hofmeester. Uit het feit dat ze enig tijd aan een eetstoornis heeft geleden valt wellicht op te maken dat ze gebukt ging onder haar vader en de afwezigheid van haar moeder. Gaandeweg wordt dat waarschijnlijker. De vraag komt op of de vader van zijn dochter hield of meer van het beeld dat hij van haar geschapen had…

Metafoor
Voor mij is Jürgen Hofmeester het beeld van de Nederlandse samenleving. Volkomen de weg kwijt, ontdaan van alle moreel besef, maar uiterst zelfgenoegzaam. Hofmeester is gebeten op moslims: zij zijn de schuld van deze crisis. Hij ziet het als een materiële crisis en beseft niet in welke geestelijke crisis hij zich bevindt. Ik geef toe, ik ben een cultuurpessimist. Hofmeester acht zich superieur ten opzichte van wie dan ook: zijn huurders, zijn echtgenote, zijn werkster, de partner van zijn oudste dochter, de vriendjes van zijn jongste dochter. Hij is volkomen blind voor de deplorabele toestand waarin hij zich bevindt. Hij trekt een spoor van vernieling in het leven van degene die hem het meest na staan, en hij heeft het niet door. Ik kom dit soort mensen in werkelijkheid tegen. De hufterigheid, vooral in milde vorm, lijkt een Nederlands handelsmerk. Deze mensen komen niet uit de lucht vallen. Ze hebben ouders, zijn naar school geweest, kortom zijn opgevoed en gevormd. Tegelijkertijd heeft iets anders hen beïnvloed waardoor ze werden die ze nu zijn.
Jürgen Hofmeester, de echtgenote, de dochters, het hele gezin: het zijn mislukte en gemankeerde mensen met geen enkel perspectief. Het leven is hen een kwelling en ze hebben geen idee hoe ze het kunnen veranderen. Voor de buitenwereld spelen ze toneel, van binnen zijn ze verwond en verwonden ze elkaar.

Grunberg
Wat brengt iemand er toe om een roman te schrijven over zulke miezerige levens? De personages beleven niet eens plezier aan het leven dat ze leiden. De momenten van blijdschap of geluk zijn zeer spaarzaam. Wat beoogt Grunberg met dit verhaal? Wat wil hij de lezer vertellen? Hoewel ik een aantal passages stuitend vind, kan ik niet zeggen dat hij zich daarin als schrijver verlustigt. De personages zijn op die momenten niet echt gelukkig. De roman eindigt met een open einde, maar de lezer weet wel hoe het verder zal gaan: het loopt slecht af.

Spiegel van de tijd
Grunberg houdt ons een donkere spiegel van de tijd voor. Zover is het nu gekomen met ons Nederlanders. Door Hofmeester als karikatuur van onze samenleving te portretteren komt zijn boodschap aan. Nu kan ik me daar verontwaardigd en gekwetst van afkeren. Ik kan me ontheemd voelen. In deze wereld wil ik niet leven. En dat doe ik ook niet: ik heb een veilige wereld gecreëerd, waarin dit soort mensen zo weinig mogelijk doordringen. Toch lijk ik soms meer op ‘dit soort mensen’ dan ons lief is. In Nederland is bijna ongemerkt een sterke antipathie ontstaan tegen de islam. Moslims worden daar het slachtoffer van. Ook de tweede en derde generatie allochtonen voelen zich meer en meer persona non grata. Waar komen de angst en de irritatie vandaan? Voor een deel van de impliciete kritiek die spreekt uit consequent en toegewijd gedrag van gelovige moslims. Zij maken wel ernst met hun levensbeschouwing.
De Oostenrijkse theoloog Klaus Eickhoff bekende dat zijn kerk zich schuldig maakte aan ‘de ketterij van betekenisloosheid.’ Niet langer zijn predikanten en theologen in staat om het Evangelie zo te verkondigen dat het mensenlevens verandert. Niet langer zijn christenen in staat zo te leven dat het mensen op andere gedachten brengt. Dat was de strekking van zijn woorden. We hebben gefaald in de ultieme test voor een morele maatschappij, door deze wereld achter te laten voor onze kinderen. Nog maar kort geleden verscheen er een jubileumnummer van Vrij Nederland. Daarin kwamen mensen aan het woord die de seksuele revolutie aan den lijve hadden meemaakt. Nu, achteraf, moesten bekennen dat het hun leven zwaar had beschadigd. Hun zelfbeeld was vernietigd, hun relaties verwoesten hun kinderen waren cynisch opgegroeid. Het onthutste me toen ik het las. En dat is nog maar een aspect van deze samenleving.

Aanbevolen?
Ik kan het boek en de film niet aanbevelen. Wellicht hoeft u nu niet meer te lezen of te kijken: ik heb de boodschap ervan voor u geprobeerd samen te vatten. Meer dan door statistieken en cijfers is mij door lezing duidelijk geworden wat er omgaat in de hoofden en harten van Nederlanders.

Advertenties

About this entry