Tranen

IMG_1936

https://youtu.be/KcHt8iYxajs

Het is vakantie, de dag begint met een cantate van Bach, nummer 3. Bij het duet zijn er tranen, ineens. De muziek, zo mooi, zo raak. Waarom? Ik mis mijn moeder. Een man van middelbare leeftijd huilt als een klein kind. Ik ben mijn ouderlijk huis kwijt, mijn ouders zijn er niet meer. En ik mis ze. Ik voel me als een jongetje dat even alleen is en zich van alles in zijn hoofd haalt. Dat deed ik soms als kind. ‘En als ik ze nou nooit meer zie? Als ik nou de weg naar huis niet meer weet? Als ze nou een ongeluk krijgen? Als…?’ Absurd. Het gevoel is niet absurd, de pijn, het verdriet, het gemis, het is zo echt als dat het oud is. Onbezorgd heb ik mijn ouderlijk huis verlaten. Ik stichtte zelf een gezin, bouwde mijn eigen huis. Ik vond het maar niks dat mijn ouders het huis verkochten en een appartement betrokken, later een aanleunwoning. Mijn kinderen protesteerden toen mijn vrouw en ik naar Utrecht dreigden te verhuizen. We mochten niet zomaar hun huis verlaten! Wat is het nou helemaal? Wat hout en steen, een tuintje. Het is veel meer. Het is een plek vol herinneringen, vooral heel veel mooie. Ik ben er heilig van overtuigd dat mijn ouders nu gelukkig zijn. Het wakkert het gemis aan, het verlangen ook. En het troost, gek genoeg.

Wat wordt er gezongen in die aria?

Wenn Sorgen auf mich dringen,
will ich in Freudigkeit
zu meinem Jesu singen.
Mein Kreuz hilft Jesus tragen,
drum will ich gläubig sagen:
Es dient zum besten allezeit.

Ik stem er van  harte mee in. Het moet wel een aparte scheppingsdaad geweest zijn: en toen schiep God de muziek. Hij luisterde de hele dag en hoorde dat het goed was.

Advertenties

About this entry