Even wachten

img_0402

Hij stapt pardoes de weg op, ik rem, anders rijd ik hem omver. Hij steekt zijn hand op en knikt me vriendelijk toe. Even later komt een kolossale verhuiswagen achteruit de uitrit van de tuin de weg op draaien. Ik hoor de vertrouwde piepjes en zie de alarmlichten knipperen. Het gevaarte kan niet volstaan met één rijstrook, de man probeert nu ook de tegenliggers tot stoppen te manen, maar die zijn iets minder gezeggelijk dan ik. Één geeft er flink gas, de man springt op tijd opzij en mept met de vlakke hand op de kofferbak. De automobilist gaat vol in de remmen. Ik laat mijn raampje zakken, het wordt nu interessant. Ik hoor nog net: ‘…wel stoppen!’ En ‘Ik zal jou eens stoppen!’ Een rood aangelopen enigszins gezet mannetje zwaait het portier open, wil uit de auto stappen, maar de gordels houden hem tegen. Met een woest gebaar wringt hij zich toch uit de auto en stuift op de man op de weg af. Hij haalt uit en plaats een welgemikte rechtse hoek op ’s mans kaak. Die wankelt. De verhuiswagen staat stil. De chauffeur heeft alles blijkbaar gezien, want hij beent naar de opgewonden automobilist toe terwijl hij zijn mouwen opstroopt. De automobilist zet zich in postuur. Een fraaie vechtpartij ontwikkelt zich. Ik heb geen haast. Uit een woning aan de overkant komt een boom van een vent aangerend en ook uit auto’s achter mij zijn chauffeurs uitgestapt om zich in de strijd te mengen. Al snel tel ik negen mannen die hun hart ophalen aan het uitdelen van een paar flinke dreunen. Het incasseren ervan gaat ze wat minder goed af. Drie druipen er af, een gaat er tegen de grond. Op het trottoir staan wat vrouwen te kijken en te roepen. Het tafereel wordt opgesierd door geclaxonneer van een stevige file die ontstaan is. Na een poosje is de vechtlust wat geluwd. Er wordt nog stevig gescholden, maar het vuur is er uit. De chauffeur van de verhuiswagen is weer ingestapt en zet zijn wagen in beweging. Een man zit verdwaasd op de stoeprand, een vrouw ontfermt zich over hem. Iedereen druipt af. Als de verhuiswagen aanstalten maakt om weg te rijden verschijnt een motoragent. Hij voorkomt dat het verkeer weer op gang komt en vraagt aan deze en gene wat er aan de hand is. Dan komt hij mijn kant op. ‘Meneer, u hebt vast en zeker alles gezien wat hier gebeurd is. Kunt u mij kort op de hoogte stellen van de feiten?’ ‘Ach, agent, het maeigenlijk geen naam hebben. Laten we zeggen een wat onhandige manoeuvre, een lichte woordenwisseling, even wat duwen en trekken, maar daar is alles mee gezegd. Ik denk dat iedereen weer verder wil.’ De man kijkt wat teleurgesteld. Dan geeft hij de weg vrij. Het is mooi geweest.

Advertenties

About this entry