Rescue the Rich!

Davos_evenitup_nb_190115_53

Het Rode Kruis luidde de alarmbel. Er is zoveel mis in deze wereld, er zijn zoveel mensen in nood dat hulporganisaties over onvoldoende middelen beschikken om iedereen bij te staan. Er moeten keuzes gemaakt worden. ‘We bieden wereldwijd hulp aan vluchtelingen, maar moeten steeds vaker keuzes maken, simpelweg omdat er niet voldoende geld is.’ 

Tegelijkertijd is één procent van de rijken der aarde rijker dan alle andere mensen bij elkaar. De kloof tussen arm en rijk groeit, de armen worden armer, de rijken rijker. Het vervult me met een gevoel van grote deernis, om maar eens een ouderwets woord te gebruiken. Ik heb te doen met de rijken. Ze zijn slecht af en gaan een verschrikkelijke toekomst tegemoet. Want rijkdom is een ziekte. Rijkdom maakt doof en blind. ‘Ongeluk over jullie, rijken, want je vindt geen troost meer. Ongeluk over jullie, want je hebt nu alles, straks lijd je gebrek. Ongeluk over jullie, die nu vrolijk zijn, je zal treuren. Rijken, huil en jammer over alle ellende die jullie gaat overkomen. Jullie geld is niets meer waard. Jullie kleren worden door de motten opgegeten. Jullie goud en zilver roesten. Die roest is het bewijs dat jullie verkeerd bezig zijn. Het veroordeelt jullie. Want jullie hebben schatten opgepot, en dat terwijl het eind van de tijd in zicht is.’

Ik denk dat er maar weinig mensen ‘in goeden doen’ zullen toegeven dat ze er zo erg aan toe zijn. Ze zullen ontkennen dat ze doof en blind zijn. Ze achten zichzelf juist gelukkiger dan de armen. Ze hebben doorgaans geen boodschap aan het feit dat er een einde komt aan hun leven en dat het tot nu toe onmogelijk is gebleken om ook maar een milligram rijkdom mee te nemen naar gene zijde. Al ze de laatste adem uitblazen hebben ze niets meer. En omdat ze hun leven hebben gewijd aan hun rijkdom en alles wat hier en nu is en zo weinig oog hebben gehad voor anderen -nee, ik bedoel echt anderen, geen mederijken- komen ze totaal onvoorbereid in de volgende wereld terecht. Ook daar proberen ze de lakens nog uit te delen, maar helaas, ze hebben hun deel gehad. De rijken zijn alleen te redden als iemand hen van hun rijkdom verlost. Dat zal er stevig aan toe gaan, want er zijn er maar heel erg weinig die vrijwillig afstand doen van hun geld en goed. We hebben een soort Robin Hood nodig.

Eerlijk?

Wat is er mis met rijkdom? ‘Ik heb er hard voor gewerkt, eerlijk verdiend!’ Nou, het systeem waarin je leeft is niet eerlijk, dat is het probleem. En dat weet je donders goed. Maar je wendt doofheid en blindheid voor. Je hebt het ‘nicht gewusst’. Je wist zogenaamd niet dat tegenover elke euro die als noodhulp of ontwikkelingsgeld naar het arme deel stroomt er tien euro terugstroomt als rente, afbetaling of betaling van goederen die we -veel te duur- verkopen. Vertel eens, wat heeft een berooid land in Afrika aan een geavanceerd wapensysteem? Je hebt geen idee, maar het verdient goed. Medici die aan het werk gaan in ontwikkelingslanden wrijven zich vergenoegd in de handen, ze krijgen vaak ‘state of the art’ apparatuur. Vrijwel niemand daar kan die bedienen, het onderhoud kost een vermogen en alleen Westerse fabrikanten verkopen de peperdure reserveonderdelen. Tel uit je winst. Wat wij verdienen is zelden eerlijk verdiend, zeker als het gaat om handel met partijen die onder liggen. Overheden maken dit soort deals mogelijk en jij en ik zijn degenen die die overheden gekozen hebben.

Steenrijk en dief

Ik behoor, mondiaal gezien, bij de steenrijken. Ook nationaal gezien bevind ik me niet aan de onderkant van Nederland. ‘Per dag meer nemen dan je nodig hebt, is diefstal.’ Zei Sean Clayborne, een nogal radicale volgeling van Jezus. Nee, dat helpt! Ben ik niet alleen rijk ben ik ook nog dief! Ik ben de bad guy, daar helpt geen lieve moedertje aan. Heel veel nette christelijke mensen zijn ook rijkaards en dieven (in de ogen van Sean dan, en die van Jezus).

‘Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen. Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’ Zomaar wat zinnen die aan Jezus worden toegeschreven. Naast het verhaal wat hij vertelt over een bedelaar (Lazarus) en een rijkaard (anoniem, dus jij en ik).

‘Lazarus hoopt zijn maag te vullen met wat overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten.’ Weerzinwekkend beeld, ik zie het voor me. De rijkaard steekt geen vinger uit om ook maar iets te doen aan de erbarmelijke omstandigheden van de zieke bedelaar. Na hun beider overlijden zijn de rollen omgedraaid. Lazarus geniet van een hemels verblijf, de rijke man doorstaat helse kwellingen. ‘Stuur Lazarus, laat hem het topje van zijn vinger in het water dopen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.’ Zo? En sinds wanneer is Lazarus meneers slaafje? En sinds wanneer kijken we nu ineens wel naar elkaar om? Niks ervan! Nu vindt Lazarus troost, maar lijd jij pijn. Je hebt je portie van het goede al op. Dat is een kwalijke ruil! Waar verdient hij dit aan? De rijkaard (voor hem is het blijkbaar te laat, dat ziet hij nu ook wel in) vreest voor zijn 5 broertjes, net zulke heerschappen. En opnieuw moet Lazarus de klus klaren. Hardleers type, die ex-rijkaard. Opnieuw krijgt hij nul op het rekest: ze weten wat hen te doen staat, het is hen een en ander maal duidelijk gemaakt, door Mozes en de profeten. En inderdaad, die hebben in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk gemaakt dat je je iets aan hebt te trekken van de nood en behoeften van een ander, wie dan ook.

Goed zijn voor elkaar omdat dat nu eenmaal zo hoort, daar gaat het hier niet over. Het is bij mij ‘eerst ik’, en dan degenen die me lief en dierbaar zijn (het hemd is nader dan de rok) en dan een poos niks, en dan pas de arme sloebers dezer aarde. Ik schaam me diep, maar het is niet anders.

Hoe nu verder?

Jezus is geen doemdenker. Hij vertelt dit verhaal niet met wreed genoegen, zich in de handen wrijvend over het lot van rijkaards. Ik denk dat hij me wil raken, zodat ik toch echt nog verander. Dat zou het aanzien van deze aarde veranderen, de arme sloebers goed doen. Maar hoe? We zijn 20 eeuwen verder en slechts een piepklein deel van De rijken. Je hoeft er trouwens niet eens christen voor te zijn. Ik weet het ook niet. Maar ik wil er wel achter komen. En ik wil ook wel veranderen, mededeelzamer worden, guller, ruimhartiger. Ik ben er van overtuigd dat de verteller van het verhaal ook de sleutel in handen heeft om mij te veranderen. Anders zou Hij het nooit zo verteld hebben.
Het klinkt zo hulpeloos en gemakzuchtig, zo afhankelijk. Maar ik ken mezelf een beetje, ik bak er niks van, ook al haal ik het uit mijn tenen. Ik heb echt Inspiratie nodig. Al ben ik steenrijk, wat dat betreft ben ik straatarm. Jezus nodigt me uit om het bij Hem op te komen halen: ‘Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie Hem daarom vragen.’ Wat is het goede? Rijkdom? ik dacht het niet! Het is vooral bewogenheid, compassie, liefde, onbaatzuchtigheid. Het is dat waar Jezus zelf de personificatie van is.

Naschrift

Als je Jezus vraagt om een portie naastenliefde en dergelijke, zul je dat nooit op een comfortabele manier krijgen. Hij brengt je in een situatie waarin je naastenliefde moet gaan beoefenen. Je kunt er zeker van zijn dat het ‘lastig’ wordt. Maar niet onmogelijk. Hij stelt je in staat om boven jezelf uit te stijgen.

Advertenties

About this entry