Zo bezien, column 6, ‘Brief aan Yvon’

img_1626

Dag Yvon,

Ik ben blij dat je indertijd ja hebt gezegd tegen mijn verzoek om samen met Femke en mij een zoektocht naar het christelijk geloof te ondernemen. Je schreef aan het begin: ‘Hoe vertrouw je tegenwoordig op iets wat je niet kunt zien en waarvoor geen wetenschappelijk bewijs is dat het überhaupt bestaat?’ Ik had geen idee waar de tocht ons zou brengen, wat je er van zou vinden, of je scepsis zou groeien, of dat je wellicht halverwege zou afhaken. Het tegendeel gebeurt: ik merk dat je interesse groeit. Ik merk ook dat de drempel helderder in beeld komt.

Je vertelde tijdens de lunch die we halverwege hielden, dat een studiegenoot van je zich tijdens de studie losmaakte van haar gelovige wortels. Ze was opgegroeid op de Veluwe in een christelijk milieu. Aan allerlei dingen merkte je dat ze daar wat afstand van nam. Tot ze op een dag weer in de collegezaal verscheen in een lange rok. Ze is na haar studie getrouwd, heeft kinderen en doet niets met wat ze tijdens haar studie heeft opgedaan. Je vond het eigenlijk schokkend. Begrijpen deed je het niet, dat iemand terugkeert naar een geloof dat haar inperkt, dat in strijd is met haar wetenschappelijke vorming. Je wilde wel eens een weldenkende jonge vrouw spreken die midden in het leven staat en weet wat er te koop is. Maar voor wie geloof en wetenschap geen tegenstelling zijn.

Via mijn collega kwam ik Annerieke op het spoor. Ze wilde wel met ons praten. Op een zonnige morgen (het was nog wel koud) zaten we in theatercafé ’t Hoogt aan de koffie. Ik kende Annerieke niet, jij ook niet. Dat is op zich al bijzonder, dat wildvreemde mensen met elkaar over iets gaan praten dat raakt aan het diepst van je bestaan. Opmerkelijk vind ik het dat Annerieke zich kwetsbaar opstelt, vertelt over wat haar bezighoudt. Geen moment krijg ik het idee dat ze je probeert te overtuigen. Zonder dat ze het weet snijdt ze een thema aan dat je aanspreekt: verbondenheid. In je vorige column spreek je het verlangen uit dat er een einde komt aan je eenzaamheid. Annerieke noemt voorbeelden van mensen die zich met elkaar verbonden weten, in de Jacobikerk. Een groep mensen spreekt met elkaar af om twee weken te koken voor het gezin van een kraamvrouw. Ze doen dat graag voor elkaar, ook als ze elkaar niet of oppervlakkig kennen.

Goed doen
We hebben het ook met elkaar over het doel van je leven. We ontdekken dat we niet veel verschillen: alle drie willen we van betekenis zijn voor onze medemens. We willen een betere wereld, met minder onrecht, met minder leed. Het verschil schuilt in het motief. Voor Annerieke heeft het te maken met God, die van haar houdt, die haar troost in verdriet, die het beste in haar bovenbrengt. Ze heeft geen bewijs nodig voor het bestaan van God: Hij heeft zich in haar bestaan al ruimschoots bewezen. Niet op een wetenschappelijke manier, maar door zijn liefde.

Verstand en gevoel
En daar zie ik een grens die jij niet oversteekt. Als je geen onomstotelijk bewijs krijgt van Gods bestaan, dan gelooft Annerieke in iets dat niet bestaat. Maar Annerieke gelooft niet in iets. Ze gelooft in iemand. Met haar gevoel? Ook. Maar er is meer. Laat ik voor mezelf spreken: de overtuiging dat God er is gaat mijn verstand en mijn gevoel te boven, er zijn geen woorden voor. Misschien één wat het dichtst bij komt: vertrouwen. Je weet langzamerhand dat ik het je gun, dat je die ontdekking ook doet. Annerieke doet dat ook, merkte ik tijdens ons gesprek. Niet op een dwingende manier, maar juist in alle vrijheid. Voel je vrij, voel je uitgenodigd. We zetten onze zoektocht nog even voort.

Yvon schreef haar column: http://www.izb.nl/verdieping/artikelen/zo-bezien-afl-6-hallo-leg-jij-je-geloof-eens-uit

Advertisements

About this entry