Zo bezien, column 5, ‘Zes oren’

20130213_110056

Yvon, Femke en ik stappen langs de Straatkrant-verkoper de Jacobikerk in. Iemand overhandigt ons de orde van de dienst en knikt vriendelijk. Binnen is het een stuk aangenamer dan buiten. We verdwalen even in de weidsheid van het gebouw. We zijn bepaald niet de eersten hier binnen. De kerkgangers zijn zo gewend aan de gang van zaken hier, dat ze er nauwelijks bij stilstaan dat er ook gasten en ‘vreemdelingen’ zijn.

‘Ik breng je wel even bij de knutsel’, hoor ik een moeder in het voorbijgaan tegen haar kind zeggen. De kerk stroomt vol, mensen begroeten elkaar, wij zijn lucht, bestaan niet. Dat geeft niet, laat me maar even incognito zijn, kan ik mooi de kat uit de boom kijken. Dan komt de dienst op gang, op een manier die ik gewend ben.
Hoe zouden Yvon en Femke het vinden? Snappen ze… Het is niet te doen, een kerkdienst meemaken en luisteren met de oren van Yvon, van Femke en van mij. Ik kom er niet ‘in’. Ik vind de liederen vervreemdend, de vanzelfsprekendheden ineens niet zo vanzelfsprekend meer.

De voorganger van vanochtend, Arjan Markus, vertelt dat het thema van deze dienst ‘verlating’ is. We hebben gelezen uit Jesaja. Deze profeet schrijft aan het Joodse volk dat naar Babel is gedeporteerd. Ze voelen zich door God in de steek gelaten. God, op Zijn beurt, vindt dat het volk eerst Hem verlaten heeft, door zich tot andere goden te wenden en Hem te vergeten. ‘Het lijken wel twee echtgenoten in scheiding. De verwijten vliegen over en weer.’ Er vallen harde woorden, van beide kanten.
Ik verborg mijn gezicht voor je
in laaiende toorn, één ogenblik lang,
maar ik zal me weer over je ontfermen
met eeuwigdurende liefde
De dominee maakt de profetie relevant voor vandaag. Hij vergelijkt het gedeporteerde volk met mensen die God vaarwel hebben gezegd, die het zonder God proberen, die aan Hem twijfelen, die zich afvragen of Hij wel bestaat, die grote moeite hebben met het geloof. Hij doet dit op een manier die niet verwijtend is. Twijfel ik, gelovige, wel eens aan Gods bestaan? Ja. Leef ik wel eens een tijd zonder hem? Ja. Gooi ik mijn kop wel eens in de wind? Alweer, ja. Ik vraag me met Arjan Markus af of God mijn ‘gezwabber’ niet zat wordt. Ik kan me zo dat goed voorstellen. Tot nu toe ben ik er met mijn verstand wel bij. Ik snap het, maar ik ervaar het nog niet.

De hele dienst, tijdens het zingen, in de preek, bij het dopen, in alles is God een realiteit. Natuurlijk worden in die (paar) woorden van de dominee de twijfelaars erkend en ruimte gegeven, maar voor het overgrote deel wordt aan God niet getwijfeld. Het zou ook wel vreemd zijn, om dat in een kerkdienst te doen. Maar als ik luister met de oren van Femke en Yvon, zou ik dan voldoende ruimte ervaren om mezelf te zijn, met mijn scepsis, mijn vragen? En als ik luister met mijn eigen oren, vergaat het me dan beter? Wat me ‘bevalt’ is dat er niet een hele stortvloed van waarheden over en kwaliteiten van God over me wordt uitgestort.

En toch…
Al doet de dominee zijn best om me te betrekken in de relatie tussen God en Zijn volk, het lukt me steeds om een derde partij te zijn, een toeschouwer. Geen kunst, met twee ‘toeschouwers’ naast me? Of is het een trekje van het Gereformeerd Protestantisme, dat altijd maar reflecteert, vaak het verstand laat spreken? Als ik agnost was zou ik misschien wel furieus worden, als ze tegen me zeggen: ‘Je weet het niet, maar God is allang op zoek naar je. Je gelooft niet in Hem, maar Hij wel in jou!’ Ik zou me niet serieus genomen voelen. Aan de andere kant: als ik de proef op de som wil nemen, moet ik er in mee. Dan moet ik Hem alle kans geven om mij te bereiken. En als ik dat hier, in de Jacobikerk, zou moeten doen, zou ik moeten instemmen met de gedachte dat ik God de rug heb toegekeerd, dat ik ben afgedwaald, dat ik schuld heb aan de verwijdering tussen Hem en mij. Dat is slikken. Maar ik begrijp wel dat het niet anders kan. Alleen dan kan God me weer ‘tot leven roepen’:
En of een mens al diep verloren
en ver van u verzworven is,
Gij noemt zijn naam, hij is herboren,
vernieuwd door uw getuigenis.

Het zijn de liederen, de vervreemdende liederen, die raken me. ‘…zo zijn wij aan ’t licht gebracht om nieuw te leven, zonder vrezen, nu en na dezen.’ Is het de melodie, zijn het de ‘kromme’ woorden, het onalledaagse taalgebruik? Ik weet het niet, ik ervaar het wel. Voor mij is het God die spreekt, die tot mij spreekt. Zelden heb ik zo goed geluisterd, de woorden zo intens geproefd, elk onderdeel van de dienst zo intens meegemaakt. Het was niet gemakkelijk, maar het was wel goed.

Is er ten diepte verschil tussen Yvon en Femke aan de ene kant en mij aan de andere kant? Nee.

Yvon schreef haar column: http://www.izb.nl/verdieping/artikelen/zo-bezien-afl5-geloven-in-het-einde-van-de-eenzaamheid

Femke schreef haar column: http://www.izb.nl/verdieping/artikelen/zo-bezien-afl-5-gedeeld-gevoel


About this entry