Spijtig bestaan


Je ziet het aan alles. Geen kin, bleke huid, gelig eigenlijk. Fletse ogen, beetje klein, maar dat kan ook komen door de jampotglazen in zijn bril. Fletse wimpers, fletse wenkbrauwen. En van dat bleke dunne haar. Klein van stuk, smalle schouders, beetje hangend. Je snapt niet dat zo’n man het tot bedrijfsleider schopt. Goed, van een klein filiaal, maar toch. Ik vergeet zijn stem. Ook lelijk, wat toegeknepen. Hij gebruikt wollige woorden, van die managerstaal. Ik denk dat ie op kantoor niks klaarmaakt. Hij leunt op die vrouw van personeelszaken. Brede heupen, gemaksschoenen, schonkig lijf. Kan je niet omheen, ze is de baas. En hij doet alsof. Hij schrikt van elk idee, want een idee is een verandering van het bestaande.  En alleen het bestaande is goed. ‘Niet elke verandering is een verbetering’, vaste slogan van hem. ‘Nooit je oude schoenen wegdoen voor je nieuwe hebt.’ Nog zo een. Op de winkel passen, dat is wat hij doet. Controleren. Alles, maar dan ook alles. Hij schrijft op een leeg wcpapierrolletje dat iemand vergat weg te gooien: ‘Is het teveel moeite om de rommel op te ruimen?’   Dat je daar als bedrijfsleider tijd voor hebt. Omdat hij totaal gebrek aan ideeën heeft, leent hij van anderen. Hij hoort je aan en zegt dan ‘dat ie het meeneemt.’ Niemand heeft een vermoeden waar naar toe. Na een jaar of zo introduceert hij het idee alsof ie het persoonlijk bedacht heeft. Tikje veranderd, alleen de naam dan, et voilá!

Op een dag stapt de chef personeelszaken op. Ze is er klaar mee, het is genoeg geweest. Ze heeft een appeltje voor de dorst, ze gaat zo nu en dan fietsen in Drente en verder stil leven. Hij heeft het niet meer. Volkomen stuurloos dobbert ie nog een klein jaar rond en vertrekt dan ook. Hij heeft een ander baantje gevonden. Hij controleert het een en ander. Na een maand herinnert niemand hem meer. Zijn opvolger hangt wat anders aan de muur van het kantoor. Warempel: hij heeft de klok meegenomen. Is er toch nog wat veranderd.

Advertenties

About this entry