Verdwenen, of toch niet

IMG_0790

Het zal in 1965 geweest zijn, denk ik. Ik was een jongetje van acht jaar oud, op vakantie in Noord-Italië, aan het Lago Maggiore. Vlakbij het dorpje Cannobio liggen een aantal campings op een rij. In mijn beleving een stuk of tien, maar dat klopt vast niet. Op een dag was er consternatie. Bij de receptie zit een man op de stoep te huilen. Dat vind ik vreemd, volwassen kerels huilen niet, tenminste, niet zo hartverscheurend als deze. Als jochie vind ik het bijzonder interessant. Er is een hoop volk op afgekomen en uit de gesprekken maak ik op dat de man zijn vrouw en kinderen kwijt is. Hij is ten einde raad. Hij is afgezet door een auto van de garage waar hun auto wordt gerepareerd. Pech onderweg. Zijn vrouw en kinderen zijn al eerder naar de camping gebracht. Maar ze zijn spoorloos. Hij spreekt geen woord over grens, geen mens heeft iemand gezien. De campinggasten, althans de Nederlanders, zijn met de man begaan. Maar niemand weet wat te doen. Mobieltjes zijn nog toekomstmuziek, de man heeft geen idee wat er nu moet gebeuren, niemand trouwens. Als jochie vind ik dit wel vreemd, herinner ik me.

Dan gebeurt er iets: een vrouw komt krijsend aangerend, de man staat op en snikkend vallen ze elkaar in de armen. Iets later komen er twee kinderen aangelopen, wit om de neus, nog perplex van angst. Het uiteengescheurde gezin gelukkig snel herenigd. Het misverstand, want dat was het, is snel opgehelderd: de vrouw was afgezet op de eerste camping vanaf de hoofdweg, de man op de eerste camping gezien vanuit het dorp. En dat zijn niet dezelfde campings.

Ik ben het voorval nooit vergeten. Wat als de man zijn vrouw en kinderen nooit had teruggezien? Italië, toch land van de maffia. De vrouw ontvoerd, te werk gesteld in een illegaal naaiatelier. De kinderen weggesmokkeld, geadopteerd of erger. Ik zie het voor me. Tientallen jaren later weet ze haar vrijheid te verkrijgen, maar blijft ze toch hangen ergens onderin de laars van Italië. Hij, hertrouwd, loopt stomtoevallig langs het terras in het dorpje waar zij een eenvoudige uitspanning drijft. Ze herkent hem, hij haar ook. De verbijstering is compleet. Wat moeten ze zeggen? ‘Heb je me niet gezocht? Hoe lang? Waarom gaf je het op?’ Hij: ‘Waarom ben je niet teruggekeerd?’ En beiden: ‘Waar zijn de kinderen?’

Het is er niet van gekomen. Het drama is in de kiem gesmoord. Het voorval wordt nog een keer genoemd, op hun 25-jarig huwelijksfeest. Ze lachen erom, toch nog wat gegeneerd. En dat terwijl het zo groot en groots en meeslepend had kunnen worden.

Advertisements

About this entry