Gifgas

image

Vanmorgen stookte ik een vuurtje in een vuurkorf bij inloophuis ‘Buurtvrij’. Binnen werd een buffet klaargezet voor een bijeenkomst voor bewoners van de wijk. Om hen een warm welkom te heten stookten we een vuurtje. Een van de korven wilde niet zo vlot. Een man van twee huizen verderop hielp het vuur wat op gang. ‘Wij stoken ook vuur met ons nieuwjaar, op 21 maart’. ‘Het begin van de lente? Wat mooi!’ ‘Ja, ik ben Koerd.’ Ik vertel hem dat ik vroeger op school al hoorde over de Koerden en hun strijd om een eigen land. Hij bevestigt dat. Met trots vertelt hij over de Peshmergas, de Koerdische strijders. Hij vertelt verder over wat zijn volk is aangedaan. In de Grote Oorlog zijn niet alleen Armeniërs vermoord, maar ook Koerden. In 1922 krijgen de Koerden geen land toegewezen. Hij vraagt of ik van ‘Al-Anfal’ heb gehoord. Het was de Iraakse oorlog tegen de Koerdische bevolking in Irak, gedurende drie jaar. Dan noemt hij de aanval met gifgas, door de broer van Saddam Hoessein, op Halabja. Zijn vrouw verloor haar vader en haar broers. Haar luchtwegen zijn aangetast. Zij kan daar nooit meer van genezen. Het maakt me stil. Een man die ik nog maar een paar minuten ken deelt met mij wat hem bezighoudt. Even later komt hij met zijn twee dochters naar het inloophuis. Een bescheiden man, iemand die niet opvalt. Vriendelijk, behulpzaam. Met een verhaal. Ik ben blij dat ik hem een beetje beter ken.


About this entry