Aanjar, Bekaavallei, Libanon

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De dag ervoor was er een kerkelijk feest geweest. Voor alle Armeniërs, of ze nu apostolisch, orthodox, katholiek of evangelisch zijn, ze zijn dan eerst en vooral Armeniër. Op het feest wordt herdacht dat het kruis waaraan Jezus stierf werd teruggevonden, ergens in de vierde eeuw. Geen feest zonder een feestmaal. Mgrdich Karagozian bracht me van Beiroet naar Aanjar in de Bekaavallei. Op dat moment had Syrië de controle over de Bekaavallei. We zijn langs heel wat controleposten gekomen. Geen militair die wist waar Holland lag. Ze wisten niet eens dat het bestond. Ik mocht door, vast vanwege mijn blauwe ogen.

Aanjar, Bekaavallei?

Is het daar niet gevaarlijk dan? Het is niet het gebied waar Hezbollah de baas is. De Syriërs hebben het onder controle. Er zijn wel plaatselijke warlords, maar het broze evenwicht is hen lief. Mijn vrienden houden me wel goed in de gaten en ik mag niet er in mijn eentje op uit.

Na de rit over de bergen, over onverharde wegen, met veel oponthoud vanwege de controles, werd ons een licht maal aangeboden. Mgo legde uit wat het was.

‘Met het gerecht wordt de avond tevoren al begonnen. Het hangt in grote ketels de hele nacht boven een houtvuur. Zo kookten we het vroeger, zo koken we het nu.’ Ik zag hem even aarzelen. ‘Het is een uitbundig feest. Vandaag de dag weten mensen niet altijd maat te houden, er wordt nogal gedronken. En ja, het is nog steeds oorlog…’ Daar was ik achter gekomen, althans een beetje. Oorlog maakt mensen murw. Het maakt een mens onverschillig, er is geen toekomst, geen einde aan de onzekerheid, aan het gevoel van dreiging. Dan zoek je afleiding, verdoving, een roes. Ik verbaasde me erover hoe de mensen aten, hoeveel aandacht daaraan werd besteed. Ik snapte het van lieverlee een beetje beter.

In een diep bord werd een romige brei geschept, beige van kleur. Ik herkende draadjesvlees, maar dan roze. En graankorrels, of stukjes ervan. En wat groene kruiden. Het geheel was wat geleiachtig. Het deed wat denken aan ragout. De geur was aangenaam, niet opdringerig, maar rijk en vol. Net als de smaak. Doordat het zo lang boven een vuur had gehangen kwam er wat rook mee in de smaak. En alles was met elkaar verbonden, het lamsvlees, de tarwe, uien, knoflook, rozemarijn, tijm, majoraan en iets met een licht bittertje. Laurierblad? Er groeit laurier zat in de Bekaavallei.

Mgo was geen kok, zijn vrouw kookte. Hij kon me niet echt verder helpen bij het achterhalen van het recept.

Wat heb ik er van gemaakt?

Nodig:

1 kilo lamsvlees, van de schouder, in blokjes

2 kilo tarwe, liefst jonge. Maar kom daar maar eens aan. Teff, kan je misschien ook gebruiken.

Roze knoflook, liefst een hele bol

1 kilo uien, gesnipperd

Kruiden: tijm, majoraan, laurier, platte peterselie, rozemarijn (weinig)

Olijfolie, zwarte peter, grof zeezout, liefste gerookt

Verhit in een pan met dikke bodem, liefst gietijzer, flink wat olijfolie. Braad daarin op hoog vuur het lamsvlees aan, laat het stevig bruinen, maar aan de binnenkant roze laten. Schep het vlees eruit en zet apart.

Bak de uien in het braadvet. Voeg de knoflook toe, pas op dat die niet verbrandt. Voeg de tarwekorrels toe. Voeg nu water toe, tot het geheel net onderstaat. Voeg de kruiden toe, en peper en (gerookt) zout. Doe het vlees erbij. Af en toe roeren, op een laag vuur laten pruttelen. Voeg zo nu en dan wat water toe als dat nog is. Dit gerecht mag best lang op het vuur staan. Kijk uit dat het op de bodem niet aanzet. Door het voortdurend roeren is het vlees totaal uit elkaar gevallen. De tarwekorrels geven een wat glad mondgevoel.

Na een uur of zes is het supergaar, dat is ook de bedoeling. Dien het heet op, strooi er wat platte peterselie over. Geef er plat Arabisch brood bij, en een glas witte wijn.

 

Advertisements

About this entry