Omdat de zee niet naar Ayla komt…[1]

IMG_1702

‘Ze voert iets in haar schild, wat ik je brom.’ De zeester schuifelt onrustig heen en weer. Achteloos speelt ze met een vette mossel, die zijn klep stevig dicht houdt. Ze heeft geen trek. ‘Grappige woordspelingen heb je. De zee heeft geen schild. Ik heb een schild. Maar wat ik daar in moet voeren, geen idee.’ De krab knabbelt aan een dood visje. ‘Weet je, met de zee is het altijd wat. Ze gaat heen en weer. Eb en vloed noemen we dat.’ ‘Je vergist je lelijk. Ze is woest, ziedend. Hoor je het niet kolken? Ik wed dat er stevige schuimkoppen op de golven staan.’ ‘Wat is er dan aan de hand? Heb ik iets gemist?’ ‘Wat er aan de hand is? Je hebt niet eens handen. Scharen heb je, en ik heb armen. Maar je zult vermoedelijk bedoelen wat er gaande is. Heb je niet gehoord dat ze diep beledigd is? De zee, uitgemaakt voor onverschillig, incapabel. Tja, als je ruzie wil, moet je zo iets zeggen. Nu hebben we de poppen aan het dansen.’ De krab proest het uit. ‘Wat moet ik me daar nu weer bij voorstellen?’ Maar voor hij goed en wel uitgesproken is schokt de zeebodem en worden de zeester, de krab en alles wat er verder nog in de buurt is meegezogen, dieper en dieper de zee in. Het is de stilte voor de storm.

Ayla is zich van dit alles niet bewust. Ze zit genoeglijk op haar balkonnetje een bakkie te doen. Vanuit haar flatje in Utrecht Overvecht heeft ze uitzicht op de huizen, het park en daarachter de weilanden. Ze kijkt best ver. ‘Ik zie liever zee, maar ja…’ Veel verder komt ze niet. In een rolstoel kom je nu eenmaal niet zover. Je bent toch beperkt in je bewegingen. Ze drinkt haar kopje leeg en bereidt zich voor op een tocht naar de keuken. Een kleine expeditie, want het is en blijft manoeuvreren met zo’n rolstoel. Voor ze zich kan omdraaien hoort ze een vreemd geluid. Ze voelt ook iets, een diepe trilling. Alsof de flat even uit het lood gaat hangen. Dat doet ie ook werkelijk, want het potlood rolt van het kleine klaptafeltje, tjoep, tussen de spijlen door van acht hoog naar beneden. Ze wil hem nakijken. Wat ze ziet is iets heel anders: Voor haar ogen nadert in de verte een hoge blauwgrijze muur. Langzaam maar zeker komt hij dichterbij. Ik moet zeggen: zij. Sirenes, gegil, stromend water, geluiden die worden opgeslorpt en dan stilte. Vlak voor haar balkon houdt de muur van water stil. Ayla weet even geen woord uit te brengen. De zee. Daar is ze. ‘Dus toch…’ Een glimlacht krult om haar mondhoeken.

[1] http://www.zonnebloem.nl/zb/zb-nieuws/Omdat-de-zee-niet-naar-Ayla-komt


About this entry