‘Reserves’

IMG_0786

Gelukkig, ze bestaan nog. Mensen met een uitgebalanceerde en genuanceerde mening. Mensen die het ‘fijntjes’ weten te zeggen. Mensen die niets zeggen wat ze niet voor hun rekening kunnen nemen. Voorzichtig, niet aarzelend, maar wel zoekend naar de juiste woorden, naar de meest passende omschrijving van wat ze bedoelen te zeggen.

Het grote geluksmoment viel me vanmiddag zomaar ten deel, in de auto. Het was de eerste rustdag in de Tour, altijd moeilijk. Gelukkig was er diepgravende journalistiek. Echt gedegen beschouwingen over de Tour, de renners, het parkoer, de ploegen, de UCI, de sponsors, enfin, over alles.

En toen gebeurde het. Uit het niets maakte Edo Sturm de opmerking dat hij ‘reserves’ had. Reserves. Bij Astana. Zoals zij de zaken aanpakten. Hij wilde niemand verdacht maken, niks in twijfel trekken, er waren ook geen bewijzen. Wel ‘reserves’. Hij lichtte ook toe waarom hij ‘reserves’ had. Er was een pdf-je van de UCI. Daarop stonden namen. En ja, dan komen er ‘reserves’. Dat kan je aan zien komen.

Door het woord ‘reserves’ in de mond te nemen had Sturm een bom in de studio laten afgaan. Mondiaal hield men de adem in. ‘Het wielrennen wilde opkrabbelen’. ‘Er was een nieuwe lijn uitgezet, het oude wielrennen was voorbij.’ ‘Het UCI was vernieuwd.’ Hoe kon het? Wat bezielde Sturm? Alles was nu toch voor eens en voor altijd goed? Corruptie, doping, fraude, gebrek aan transparantie, belangenverstrengeling, er was voorgoed mee afgerekend. Echt iedereen was er van overtuigd dat vanaf nu alles, maar dan ook alles, volkomen in orde was. De Tour was schoon, iedereen was goudeerlijk.

En dan nu dit.

‘Ja, want ik wil niet dat er over tien jaar van mij gezegd wordt dat ik het niet zag.’ Is er nog ergens een leerstoel voor deze man? Een eredoctoraat dan? De aanstormende generatie sportjournalisten kan en mag niet verstoken blijven van de wijze lessen van Sturm. Laat hij hen het woord ‘reserves’ bijbrengen. Laat hij hen leren niets te zeggen met veel woorden. Laat hij hen leren rook te maken zonder vuur. Laat hij hen leren te egotrippen, te raaskallen, te roeptoeteren, hersenloos te mompelen, al kwijlend in een microfoon hun eigenste gelijk te murmelen.

Want ja, wie heeft er vandaag de dag behoefte aan saaie en degelijke journalistiek? Aan ‘fact finding’? Reserves, ongestaafd, gewoon, omdat ‘iemand’ ze heeft, dat hebben we nodig.

David Walsh. Dat moet zijn grote held en voorbeeld zijn. Walsh was het die Lance Armstrong de das omdeed. Zoiets, de droom van elke sportjournalist.

Goed, ter zake. Er zijn volgens mij vrij weinig mensen die geloven dat er in de wielrennerij niet gesjoemeld wordt, alle controles ten spijt. Ploegen uit Oost-Europa hebben wat betreft een reputatie. Detail: Denis Mentsjov blijkt geschorst, dopinggebruik. Het kwam een paar dagen gelden naar buiten. De UCI had er niet luidruchtig over gedaan. Duh! Sturm ziet zijn kans, hij gaat belangrijk doen, hij gaat imponeren. Geroffel op de borst, oerschreeuw: ‘RESERVES’.

Natuurlijk, er wordt gerommeld en natuurlijk, de Astana-ploeg is daar ook niet ongevoelig voor. Noem me één weldenkend mens die gelooft dat het nu echt afgelopen is. Precies. Maar u en ik gaan daar geen rare dingen van zeggen. Sturm wel. Als hij ’s avonds in zijn bedje ligt en bijna in slaap valt, hoor je hem fluisteren: ‘Eigenlijk heet ik Walsh, je weet wel, uit Ierland, toen met Armstrong.’ En op het moment dat de slaap hem overmant en hij het echt gelooft, krult er een glimlachje om zijn lippen. Je zou het hem bijna gunnen. Bijna.

Want ja, ik heb ook zo mijn ‘reserves’. Ik heb geen bedenkingen tegen Edo Sturm, dat zou hem al verdacht maken. Nee, gewoon, ‘reserves’ bij zijn journalistieke aanpak, bij zijn verstandelijke vermogens, zijn gevoel voor timing, zijn motieven om nu met ‘reserves’ aan te komen. ‘Reserves’. Niet meer en niet minder.


About this entry