Meisje kijkt

DSC_3594_2

Ze zitten binnen, voor het raam. Zij kijkt naar buiten, hij naar haar. Hun handen zoeken elkaar, ze houden elkaar voortdurend vast. Ze eet een taartje, zijn vinger wrijft over haar heup. Hij moet haar aanraken. Hij krijgt een hapje, ze streelt zijn arm en tikt op de rug van zijn hand. Opnieuw verstrengelen hun handen. Hij is blond, met een rossig tintje. Engels spreken ze. Zij heeft een blonde vlecht. Hun gezichten zie ik van opzij. Ze kijken geregeld naar elkaar en dan kijkt ze weer naar buiten. Hun handen lijken elkaar geen moment los te willen laten. Innig, en netjes.

Aan het tafeltje naast hen zit een meisje alleen, met een groot glas ongelooflijk groene thee. Ze is verdiept in haar smartphone. Ze heeft een mooi gezicht. Maar haar neus is rood en pukkelig. Jammer vind ik dat. Zo’n mooi gezicht en dan zo’n neus. Ik moet even glimlachen. Waar maak ik me druk om?

Buiten zitten twee meisjes en twee jongens. Ze zijn druk in gesprek. Een van de meisjes, ze draagt een gebreide trui in een onwaarschijnlijke gemarmerde roze tint, kijkt voortdurend naar me. Ik kan haar kant niet opkijken, of onze blikken treffen elkaar. Ze slaat haar ogen traag neer of kijkt langzaam weg. Waarom zou ze ook de eerste zijn? Ik vraag me af wat ze aan me ziet. Of gaat het haar niet om mij? Ik zie haar naar niemand anders zo vaak kijken. Ik voel de neiging opkomen om naar haar te gaan zwaaien en lachen. Om haar te wenken. ‘Als je het maar laat.’, zegt mijn lief. Ze is verdiept in een boek vol recepten voor broden. Ze heeft de smaak te pakken. We bakken met gist, maar liever nog met ‘Praags desem’, dat we meekregen na een bezoek aan vrienden in -jawel- Praag. Een man in een sjofel shirt spreekt de mensen aan de verschillende tafels aan. Ik kan niet horen wat hij zegt. Maar iedereen schudt nee. Hij wil vast geld. Bij de laatste tafel heeft hij geluk. Een meisje trekt haar portemonnee en geeft hem wat geld.

Het meisje buiten houdt niet op met kijken. Ik word er vrolijk van. Het liefst zou ik naar buiten lopen en een praatje met haar maken. ‘Je kijkt steeds naar me.’, zou ik zeggen. En dan zou ze van kleur verschieten en zeggen van niet. Ik zou dan lachen en zeggen dat het toch niet erg is. Ze zou me gelijk geven en ook lachen. Ik zou haar een mooie dag wensen en verder lopen. En mijn lief? Die vindt me maar een gekke man. Maar wel lief. Ik doe dat graag, koffie drinken en mensje kijken.

Advertisements

About this entry