Drie woorden

DSC_5538

Stil is ze er van. Drie woorden.

Nauwelijks geslapen had ze vannacht. Uitgewrongen had ze zich gevoeld vanmorgen. Toch maar opgestaan. Het ontbijt smaakte naar karton, de koffie naar gootwater. Ze had het binnen gehouden, maar dan ook maar net. In huis hield ze het niet uit. Ze was op de tram gestapt, de eerste de beste. Halte na halte had ze voorbij zien komen. De tram had zich gevuld, was weer leeggestroomd, had zich opnieuw gevuld. Bijna aan het eind van het traject was ze uitgestapt en overgestoken, opnieuw een tram in. Heerlijk was het, alle geluiden, geuren, mensen, voorbijtrekkende huizen en winkels. En de geruststellende stem van de omroepster. ‘Volgende halte Klatergoudstraat.’ ‘Volgende halte Zeezoutplein.’ ‘Volgende halte Weekhartigmansallee.’ Volgende halte Hippolytus Hospitaal.’ Nee, nee, NEE, niet aan denken, geen hospitaal, geen klinieken, geen afdelingen, weg, weg met die gedachten. Ze was de tram uitgestormd, een koffiezaak binnen gerend, een dubbele ristretto besteld, een brownie erbij, troostvoer. Een tijdschrift gekocht -eerste gescreend op medische artikelen- en daar zat ze nu, achter het glas, niets ziend in te bladeren. No escape.

Wanneer zou ze wat horen? En wat zou ze horen? De wijzers van de klokken wiegden spottend naar voren en als ze even niet keek weer stilletjes naar achteren. De tijd kroop niet, hij sarde. Tijd, zelden was die zo rekbaar. Niets ontziend had ze tijd verslonden, tijd verspild. Gedachteloos had ze de tijd door haar vingers laten glippen. Wie denkt er aan tijd als ie gelukkig is? En gelukkig was ze. Gulzig had ze uren, dagen gedronken. Waarom zou je zuinig zijn op geluk, als het je op de schoenen groeit? Roekeloos waren ze geweest, zoals alle gelukkige mensen. Het kon niet op.

Het was op. Het was uit met hun geluk. De slagboom was met een klap neergekomen. De weg naar de toekomst afgesneden, opgebroken. Wat heb je aan alle geluk uit het verleden als je geen toekomst wacht? Aan het eind van reeksen consulten, testen, onderzoeken en de definitieve diagnose was er een klein sprankje hoop geboden. In een Aziatische kliniek werd een nieuwe behandeling uitgetest en er was nog ruimte in het programma. De behandeling was bijna onbetaalbaar. Bijna. Hij ging alleen, dan kon het misschien net. Alles was bij elkaar geschraapt, het appartement verkocht, een kamertje voor haar gehuurd. Ze bleef achter in de stad, hij vertrok met de eerst mogelijke vlucht en ze wist niet of ze hem ooit weer zou zien.

Ja, natuurlijk, ze skypten. Maar echt zien, dat doe je met je hand door zijn haar, langs de stoppels op zijn wangen, dat doe je door zijn hand op je borsten te leggen, door hem te plagen, in zijn oorlel te bijten, hem te ruiken, je nagels in zijn rug te zetten als je hem tegen je aandrukt, zodat je bijna geen adem meer hebt. Door je tranen aan zijn shirt af te vegen. Door je helemaal aan hem te geven. Skypen is een kwelling.

Hij zag er ook niet uit, hij ging er aan onderdoor, ze wist het, het was een illusie. Hij werd te ziek voor welk contact dan ook. Ze was weduwe, wen er maar aan. En nu zit ze op het bankje, op het eiland in de rivier en de zon gaat onder. De zon gaat onder over haar gelukkig leven dat voorbij is. Dat eindige met de eerste signalen dat hij wat onder de leden had. Toen greep de angst met een ijskoude hand om haar hart. Geluk, het kan dus wel op.

Haar telefoon trilt, ze merkt het niet, ze heeft zich in rouw en verdriet gewikkeld, de zwarte zwachtels verstikken haar. Maar dan kijkt ze toch naar het scherm. Wie heeft de moed om haar te storen?

Hij is het. Hij is het zelf. Hij stuurt haar een bericht. Drie woorden. De wereld wielt niet meer, de tram fluistert, de mensen lijken bevroren terwijl ze wandelen, meeuwen hangen roerloos in de lucht, het water houdt zijn adem in.

Diep uit haar buik, uit haar binnenste welt een schaterlach op en breekt zich baan door haar borst, uit haar longen en klatert over het water. En dan verstilt ze genietend van de laatste zonnnestralen. De tijd lacht en strooit gul met maanden en jaren, met eeuwigheid. Drie woorden.

‘Ik ben schoon’.

Advertisements

About this entry