Barbertje moet hangen

Jang en Kim

Of ik nog een goed woordje voor hem kon doen. Het zag er niet best uit. Sinds zijn arrestatie werd op het journaal met trots verkondigd dat de touwproductie een enorme impuls had gekregen omdat de binnenlandse vraag explosief was toegenomen. Korea-ologen ontcijferden die boodschap: er werd met zorg, vlijt en toewijding een strop gevlochten om een belangrijk iemand in te laten bungelen. Tegelijkertijd moest niet worden uitgesloten dat het toch nog heel ordinair de kogel zou worden, want ja, Noord-Korea. Hij leek me een harde, maar tijdens ons telefoongesprek jankte ie als een klein kind. Dat zie je vaker: wreed en meedogenloos als ze de lakens uitdelen, maar echte watjes als ze zelf klappen krijgen.

Jang Song Thaek, want om hem gaat het natuurlijk, krijgt nu bakken met bagger over zich uitgestort. “Jang en zijn volgelingen hebben onvoorstelbare misdaden gepleegd en hebben de partij en de revolutie enorme schade berokkend. Hij hield de schijn omhoog, maar had achter de schermen een dubbele agenda en was beïnvloed door het kapitalisme.” Altijd prettig, dat zelfreinigend vermogen van de partijtop. Het is ook lastig om brandschoon te blijven. Gelukkig dat de rest er wel in slaagt en deze natie op een voorbeeldige wijze naar een glorieuze toekomst leidt. Die Jang is een geslepen jongen, wat ik je brom. ‘Onvoorstelbare misdaden’ en ‘enorme schade’. Weliswaar ‘achter de schermen’, maar toch. In Noord-Korea laat je nog geen scheet zonder dat de partij het weet. Maar deze Jang, ‘master in disguise’ blijkbaar, weet de partij om de tuin te leiden! ‘Jang, jongen, ik ga mijn uiterste best voor je doen. Maar wanhoop moedig voort, want ja, Noord-Korea…’ ‘Tell me’, piepte hij. Schijtlaars.

Goed, ik bel Kim Jung Un. ‘Ha, die Kimmie! Dikke oen dat je er bent!’ Altijd amicaal beginnen, je kan immers nog een stapje terug. Ik hoorde het ijs breken aan de andere kant van de lijn. En natuurlijk de afluisterklikjes van de NSA. Om kort te gaan: hij zat er mee. ‘Gio (zo noemen de groten der aarde me, maar ook de mindere goden, als we amicaal zijn), Gio, er is in de beste families wel eens wat.’ Dat er wel eens wat is, dat kon ik hem toegeven, maar dat van ‘de beste families’, daar liet ik toch even een protesterend kuchje horen. ‘Kan je het niet door de vingers zien? Waar zit het nou op vast? Geflirt met de meisjes? Per ongeluk een raketje afgevuurd of met plutonium zitten rommelen? Spit it out!’ Dat was het niet, ontdekte ik. Kim had even de andere kant op gekeken en -oeps!- een paar generaaltjes hadden in no time gehakt gemaakt van ome Jang. ‘Weet je, Gio, je moet die militairtjes op tijd voeren. Ik was het vergeten, beetje oenig.’ – ‘Dus niks kapitalisme?’ ik hoorde Kim grimmig lachen. ‘Kapitalisme? Ons leger slorpt alle kapitaal dat binnenkomt direct op. Misschien dat ome Jang heeft meegesnoept uit de pot, maar hé, hij had zelf een soldatenpet op! Nee, ze willen de Kimmetjes een kopje kleiner maken.’ Nou had ik daar persoonlijk weinig moeite mee. Zulke leuke luitjes zijn die Kimmetjes niet. De Briljante Kameraad en de Geweldige Leider had het eventjes moeilijk.  Zijn onderdanen hebben dat hun hele leven lang.

En nu?

De Noord-Koreaanse opperkliek heeft één opmerkelijke eigenschap: ze kijken zelden om. Dus ome Jang wordt vakkundig ‘ausradiert’. En daarom zien we hem nergens meer terug. Kim is op onderstaande foto dus niet in het gezellig gezelschap van zijn oompje, maar van een dappere soldaat, genaamd An No Niem. En nu: voorwaarts! De Jeugdliga van Socialistische Werkers, het Comité voor de Vreedzame Eenwording van het Vaderland en de Koreaanse Democratische Vrouwenunie hebben er zin in!

Jang en Kim


About this entry