Voelt een mug pijn?

mug2

In de nacht van 3 op 4 oktober, na twaalven, dus op de naamdag van Franciscus van Assisi, zoals je weet Werelddierendag, waagde een mug het mijn nachtrust te verstoren. Ik deed het licht aan en vergewiste me er van dat het hier ging om een wijfjesmug. Als amateur-entomoloog is dat voor mij een fluitje van een cent.

Maar nu?

Wat te doen? Kan ik het maken om notabene op Werelddierendag een mug dood te slaan? Ik besloot het eerst langs diplomatieke weg te proberen. In het holst van de nacht klapte ik mijn laptop open en stelde een nietaanvalsverdrag op. Ik printte het uit en ondertekende het vast, om mijn goed wil te tonen. De mug zoemde over het papier en nam de tekst in zich op. Maar ondertekenen? Ho maar! Er kon zelfs geen poepje op de plek van de handtekening af. In plaats daarvan koerste ze regelrecht op mijn elleboog af, een favoriete aanvalsplek voor muggen, landde onvoelbaar en bracht haar zuigsnuit in stelling. De brutaliteit! Ik vatte dit op als een provocatie. Indachtig de woorden van Obama, siste ik dat ze nu toch een rode lijn aan het overschrijden was. Ik wapperde haar weg. Schielijk nam ze de wijk.

War is on

Het spel was op de wagen, zoveel was me wel duidelijk. De rest van de nacht zou ze gebruik maken van een guerillatactiek. Ze zou proberen me uit te putten en zodra ik overmand werd door de slaap mij van mijn kostbaar bloed beroven. De tijd was aan haar zijde. De volgende morgen zou ik ontwaken, gesloopt, met jeuk en bloedarmoede. Dat moest voorkomen worden. Maar hoe? Op de vloer lag een gedragen t-shirt. Morgen zou het in de wasmand belanden. Mijn slordigheid voorzag me van een wapen. Ik pakte het t-shirt op en maakte er vakkundig een prop van. Ik hield het zo’n driekwart armlengte voor me, precies tussen mijn hoofd en de mug. Maar waar was ze? Ik moet erkennen: mijn tegenstandser was een briljant strateeg. Boven de balkondeuren, precies op de rand van de muur en de deuropening, had ze haar positie ingenomen. Vandaar uit had ze een breed blikveld. En ook waren aan alle kanten de vluchtroutes open. Toch waagde ik de aanval. De geur van oud zweet zou bij haar geen alarmbellen doen rinkelen, integendeel. Net toen ik op cruciale afstand van haar was, whatsappte mijn phone: Poetin. Wat of ik van plan was? Of de Veiligheidsraad hier wel van wist? En het WWF? En de Dierenbescherming? Ik belde hem op. Waar of hij zich mee bemoeide. Op de achtergrond hoorde ik de onmiskenbare doodsdreutel van tientallen ijsberen, die door zijn toedoen, namelijk het vervuilen van hun biotoop, het leven gingen laten. Fijntjes wees ik hem er op dat hij van mijn mug een olifant maakte. Hij verbrak de verbinding, begrijpelijk. Ik hervatte de strijd en zette de aanval in. De mug was zich van dit alles niet bewust.

War is over

De strijd was snel beslist. Ingesloten tussen mijn t-shirt en de muur trachtte ze me nog af te schrikken met een korte snerp. Maar al snel begaf haar exoskelet het. Er vloeide bloed, waarschijnlijk mijn bloed. De strijd was gestreden, ik kwam, zag haar en overwon. Het was een ongelijke strijd geweest. Het t-shirt ging in de was, je moet je sporen vakkundig uitwissen. Alleen deze blog maakt nog gewag van haar bestaan. Mug en mens, vijanden voor altijd. Daar helpt geen Dierendag aan.

Advertisements

About this entry