Flarden

Woensdagmorgen in de Zadelstraat. Ik drink koffie bij Tastoe. Hipstertentje, maar dat hebben een zestal omvangrijke Duitse toeristen niet in de gaten. Ze zijn al een keer of zes langsgelopen en stonden dan schattend en spiedend naar de gevel te kijken. Uiteindelijk hebben ze hun drempelvrees (Hemmschwelle, mooi woord) overwonnen en zitten nu aan de ‘Kaffee mit Kuchen’.’ Het lijkt zowaar te bevallen, hoewel: ‘bei uns ist alles besser!’ Gelukkig maar, want dat betekent dat ze uiteindelijk weer naar huis gaan. ‘Heimweh’, niet altijd verkeerd, het ligt er maar aan wie het heeft.

chrisje

‘Ga iets dichter bij je appeltaart zitten, Chrisje, dan maak ik een foto voor papa.’ Chrisje vindt het allang best: appeltaart! Hij zit er niet dichtbij, hij zit er bijna op. Graag gedaan, mama. Chrisje weet wel raad met zijn appeltaart. Ik zie aan mama’s buik dat Chrisje concurrentie krijgt. Het duurt nog even, maar het is onafwendbaar. Chrisje zal straks niet meer het middelpunt van het universum zijn, niet langer alleenheerser in de republiek van papa en mama. Voortaan zal hij het pluche moeten delen met een broer of zus. Het zal hem hard vallen, ik spreek uit ervaring,  als oudste broer en als vader van drie kinderen. Uiteindelijk komt het wel goed.

‘Eén van mijn exen heeft al drie jaar haar huis te koop staan, in Friesland.’ Het was nog vroeg, dus hij zat met twee maten aan de koffie. Mij verbaasde het niet echt dat ie exen had. Nou niet direct een man waar je als vrouw niet na verloop van tijd op uitgekeken raakt. Goed, ik ben geen vrouw, dus ik leg vast niet de goede criteria aan. Zijn overgewicht maakte hem voor sommige aspecten van een relatie wat minder geschikt. Je zou de man als ‘verstikkend’ kunnen  ervaren. Wat me in ieder geval opviel was dat hij iets te luid en duidelijk den volke kond deed van de onverkoopbaarheid van het Friese huis en van het feit dat hij meer dan één ex had. Ook opmerkelijk was dat zijn maten in alle talen zwegen. Waren ze hem zat? Ze keken een beetje als toekomstige ex-vrienden.

Het tweede bakje is ook leeg, de kruimels van de brownie zijn zorgvuldig van het bordje geplukt. We gaan verder. Buiten wachten nieuwe avonturen.

OOOH! KIJKKIJKKIJK! JAJAJAJA! DIE HEBBEN ANDREA EN GERRIT OOK! MOOOOI! Smaken verschillen. Op straat, voor de meubelwinkel staan kubussen van massief hout. Er zijn zwenkwieltjes onder gemonteerd. De blokken hebben wel wat, maar die wieltjes misstaan. Het kan de vrouw met haar sonore stem – en dan druk ik me nog mild uit- niet schelen. Witte jas met onvermijdelijke nepbontkraag, iets te krap , maar toch stevig dichtgeknoopt, zwarte broek (ook te krap) met dito laarsjes, met strompelhakken, zie ik. MOOOOI! vindt ze ze. Wat haar vriendin er van vindt is onduidelijk. Die wordt compleet overstemd. Ze kijkt ook verwezen. Murw gebeukt door het verbaal geweld, denk ik. Wat beweegt je om met haar op pad te gaan? Houdt ze je vrij? Word je gechanteerd? Welk geheim zou ze van je prijs kunnen geven? ‘Stille waters, diepe gronden’. Je vriendin is het tegendeel: een enorme spraakwaterval met een oorverdovend volume. Ik ben blij dat ik de tegenovergestelde richting uit loop. Ik krijg de neiging te gaan meppen. Na zo’n 500 meter kalmeer ik wat, het geluid wordt ook dragelijker. Of het blok hout dit overleeft, vraag ik me af…

Een ochtendje Utrecht is toch altijd weer een feestje. Je hoort nog eens wat.


About this entry