Weemoed en verlangen

20130213_111537 - versie 2

Meer dan een jaar trek ik met Yvon en Femke op. We onderzoeken aspecten van het christelijk geloof. Zij zijn (relatieve) outsiders, ik ben insider. De zoektocht is bijna ten einde, de columns zijn bijna allemaal geschreven. De gesprekken, het nadenken, het lezen van hun bijdrage, het schrijven, dat alles heeft veel met me gedaan. Doel van deze exercitie is (voor mij) om het beeld dat buitenstaanders hebben van het christelijk geloof scherper te krijgen. Dat is gelukt. Maar is er veel meer gebeurd. Door met hun ogen naar mijn eigen levensovertuiging te kijken, door hun argeloze en kritische vragen ook zelf te stellen en die (proberen) te beantwoorden is mijn levensovertuiging veranderd. Zo’n onderzoek kan niet anders dan verandering brengen in het object van onderzoek, blijkt nu.

Gaandeweg het bewandelen van de intellectuele weg nam de twijfel toe. De Eeuwige was in geen velden of wegen te bekennen. Met mijn ratio kan ik geen vat op Hem krijgen. Onderweg zijn er dingen gebeurd die het er niet gemakkelijker op hebben gemaakt. Van vrij dichtbij maakte ik alles mee rond de vermissing en de moord op Ruben en Julian, leerlingen van de school waar ik met groep 7 heb getheologiseerd. De ontreddering en de pijn zijn nog niet over. Carel ter Linden publiceerde zijn boek ‘Wat doe ik hier in Godsnaam?’. Ik leg dat niet zomaar naast me neer. Uiteindelijk heb ik ontdekt dat de intellectuele weg niet de mijne is. Ik heb die weg verlaten. Wat overigens niet betekent dat ik mijn verstand op nul heb gezet.

Een andere weg

In mijn jongste column in de serie zoek ik naar een antwoord op de vraag waarom ik -laat ik het persoonlijk houden- toch blijf geloven. ‘Geloven in God, dat Hij er is en dat Hij zich met mij bemoeit, dat doe ik niet omdat het me wat oplevert. De relatie die ik heb met God is in zich ‘voldoende’. Ik hoef daar niets aan te ontlenen, het hoeft me verder niets op te leveren. De relatie met God is de grond van mijn bestaan geworden. Daar heb ik voor gekozen. Dat betekent niet dat anderen die geen relatie met God hebben niet ‘leven’, of niet zinvol leven. Daar heb ik geen kijk op. Maar voor mijzelf weet ik dat ik niet zonder Hem wil leven. Ja, dat lijkt op liefde. Sterker nog: het is liefde, van de sterkste en de diepste soort. Liefde, sterk als de dood. Liefde, kan ik dat uitleggen? Hou ik van iemand, omdat dat mij wat oplevert? Nee. Ik geloof niet omdat. Ik geloof zelfs ondanks. Zelfs tegen beter weten in. Tja, leg dat maar eens uit. Het verhaal van Jezus Christus is niet plausibel, niet logisch, niet inzichtelijk.’ 

Weemoed

In sommige uitingen van kunst wordt bij mij een gevoel van diepe weemoed wakker geroepen. Ik schreef er over in ‘Frau im Sessel‘: ‘ Ik heb geen idee waarom, maar dit schilderij schenkt me troost voor een vreemd en onbekend verdriet of gemis, iets wat ik me niet gewaar was voor ik het zag. Ik kan geen andere woorden voor deze emoties vinden, terwijl ze me tegelijkertijd niet geheel bevredigen. Dat is wel een kenmerk van kunst: ik mag er zelf iets in zien en die betekenis er aan verlenen.’ Hetzelfde overkomt me bij het beluisteren van Buxtehudes ‘Quemadmodum desiderat cervus’. Toen ik het vanmorgen beluisterde, vroeg ik mijn lief hoe zij de muziek ervoer. Ze kende de tekst en de bron niet. ‘Ik hoor verlangen’, zei ze. Knap is dat, dat Buxtehude in deze melodie dat weet te vertolken. Hoe kan dat toch? Dat kunst zoiets in je wakker roept? 

Verlangen

Als je ‘over de helft’ bent -nu ik over de helft ben- ziet het leven er anders uit. Niet langer ‘Groots en meeslepend wil ik leven, vader, moeder, wereld knekelhuis!’, maar meer nadenken over wat nog mogelijk is. Dat vergt concentratie en acceptatie van beperkingen. Mij maakt het meer opmerkzaam. Wat doet er toe in het leven? Ik kom langzamerhand tot de slotsom dat als dit alles is wat er is, het leven dat ik toe nu toe geleid heb, ik dat onvoldoende acht. Het is onvoldoende reden tot bestaan. Er is meer, ik verlang naar meer. Het verlangen, het perspectief heeft effect op het leven dat ik leef. Ik leef er naar toe. En hoe aandachtiger en opmerkzamer ik kijk en leef, hoe meer signalen van wat komt ik ontwaar. Ik word er ongeduldig van…

DSC_4655


About this entry