Autun, de kathedraal – het timpaan – 1

DSC_5134Imponerend troont de levensgrote Christus-figuur in een mandorla. Iedereen die de kerkportalen nadert, komt van onderop en moet de trappen bestijgen om dichterbij te komen. Je voelt je vanzelf nietig. De afbeelding van de Jongste Dag, waarop de weergekeerde Christus een oordeel zal vellen over de levenden en de doden is verreweg de meest verbreide episode die weergegeven wordt op de timpanen van kathedralen.

Er lijkt verband tussen het veelvuldig voorkomen van juist deze taferelen en de functie van de portalen van de kerken. Er werd seculier en kerkelijk recht gesproken. Onder het oog van de opperste Rechter, Jezus Christus, moest het aardse recht gesproken worden. Talloos zijn de vermeldingen: ‘sub portico’, ‘in atrio’, ante gradus ecclesie’, ‘ante portam’, ‘in rufo ostio’. In de Ottoonse en Karolingische tijd werd het rechtspreken ‘in het zicht van de kerk’ middels een koninklijk edict verboden. Dit verbod werd vaak herhaald. Daarmee wordt duidelijk hoe gangbaar en onuitroeibaar het was. Gedurende de Middeleeuwen was het volstrekt geaccepteerd en normaal dat voor de kerk recht werd gesproken. Het kerkgebouw werd mede daarom geschikt gemaakt voor de rechtspraak. Dit verklaart de soms diepe portalen, zodat er, beschermd tegen het weer en al te veel publiek, recht gesproken kon worden.

Welke afbeeldingen?

Wat werd zoal afgebeeld boven de (vaak rode) deuren? In Autun zien we de wedergekomen Christus, majesteitelijk tronend, groter dan iedereen. Voor Hem rechts zien we de gelukkigen: hen wacht eeuwige heerlijkheid. Van hem uit gezien links worden de zielen gewogen op de weegschaal. De duivelen doen hun uiterste best om de ziel ‘te licht bevonden te worden’. Dan gaat de ongelukkige naar de hel. Voor de ‘kijkers’ is het rechts veel boeiender dan links. De verdoemden hebben het zwaar, ze worden door engelen weggeduwd, door demonen gegrepen. Hun lichamen en gezichten spreken boekdelen. Het tafereel dient een opvoedend en corrigerend doel: mens, gedenk te sterven! Wat je nu uitspookt is je leven wordt je op de Dag des Oordeels nagedragen, goed of kwaad. Maar niet alleen de afbeelding in het timpaan vervult deze rol. Ook de kapitelen van de zuilen die het timpaam dragen vertellen een boodschap.

De fabel van de reiger en de wolf

Deze fabel van Aesopus uit de 6e eeuw voor Christus is ‘ingelijfd’ in het christelijk gedachtegoed. In Aosta, Bourges en Bayeux komen we hem ook tegen. Het verhaal gaat als volgt: een wolf heeft een bot in zijn keel en vraagt de reiger (soms is het een kraanvogel) het met zijn snavel te verwijderen. De reiger wil dat wel, maar tegen een beloning. Dat wordt afgesproken. De reiger verwijdert het bot uit de keel van de wolf en vraagt de afgesproken beloning. ‘Maar vriend, ben je al niet genoeg beloond doordat je je kop gezond en wel weer uit mijn bek kon terugtrekken?’ Moraal: wie onderhandelt met criminelen. stapelt fout op fout. Het mag duidelijk zijn waarom deze fabel juist hier is afgebeeld.

DSC_5118

Daarnaast is het bijbelverhaal afgebeeld waar Abraham Hagar en Ismaël wegstuurt op aanraden van Sara. Abraham doet dat zeer tegen zijn zin, maar God is het met Sara eens: Het zal nooit boteren tussen Ismaël en Isaäk. Het is een verhaal over jaloezie en rivaliteit, waar God een beslissende en obscure rol in speelt.

Zes oudsten

De apostel Johannes krijgt tijdens zijn verbanning naar het eiland Patmos visioenen over de gebeurtenissen (in zijn tijd en de toekomst). De neerslag ervan vormt het boek Apocalyps. In één van zijn visioenen bevindt hij zich in de hemel en ziet hoe God en Christus worden vereerd en aanbeden. Er zijn daar 24 oudsten die op tronen zitten. Als teken van hulde werpen zij hun kronen voor de troon van God en Christus neer. Dit kapiteel maakt duidelijk dat het laatste oordeel aan God en Christus toekomen en dat hun recht zal zegevieren. Hier zijn ze voorzien van (eenvoudige) kronen en citers, en het zijn er maar zes van de vierentwintig. Er zit beweging in het tafereel. In de gotiek wordt het allemaal wat statischer.

DSC_5119

Ik vraag me af hoe het gewerkt heeft. Na het gereed komen van het portaal en na de ingebruikname hebben deze afbeeldingen er sinds jaar en dag gezeten. Zijn de rechters, eisers, beklaagden, aanklagers, ‘advocaten’ en toeschouwers zich bewust geweest van de taferelen en hun symboliek? Dat was waarschijnlijk wel de bedoeling. Gezegd moet worden dat meester Gislebertus een aansprekend werk heeft gemaakt.

Advertenties

About this entry