Amedeo Modigliani (1884 – 1920)

In het ‘Fondation Pierre Gianadda’ in Martigny is een tentoonstelling van Modigliani en enkele tijdgenoten. Altijd mooi gevonden, die merkwaardige lange gezichten van Modigliani. We zijn in de buurt, dus we laten ons de kans niet ontglippen om zijn werk te bekijken. Het is een mooi overzicht, er hangt veel werk afkomstig uit het Centre Pompidou in Parijs. Er hangen ook tijdgenoten, van wie sommigen me onbekend zijn. Verrast zijn we door vier schilderijen van Chaïm Soutine. Van Dongen is ook present.

Niet alleen

Modigliani is niet de enige die naar Parijs trekt. Jules Pascin, Moise Kisling, Chaïm Soutine zijn er ook. Modigliani past in geen enkele stroming, dat is wel te zien. Er hangt werk van kubisten (Picasso), dadaïsten, surrealisten, fauvisten, futuristen, van allen wijkt hij af. Hij behoort wel tot de avant garde van Parijs aan het begin van de 20e eeuw.

Portretten

Soms zijn ze choquerend, zelfs nu nog. Maar zeker toen hij ze schilderde. De verhoudingen kloppen zelden, de gezichten zijn te lang en worden steeds langer naarmate hij zich ontwikkelt. De schouders zijn te smal, de nekken te lang, de lichamen niet geproportioneerd. Maar zelden kijken de geportretteerden je aan, meestal zijn hun ogen ‘blind’, zoals bij antieke beelden. Als ze je wel aankijken, houden ze je blik vast. Hij besteedt veel aandacht aan de achtergrond van zijn schilderijen. Vaak is een verticale baan te zien aan een van de zijden van het schilderij, in een intense kleur. Zijn achtergronden verlenen niet alleen diepte aan het schilderij, de kleur is zo gekozen dat het personage prachtig uitkomt. Ook de attributen zijn met zorg weergegeven. Zoveel aandacht Modigliani besteedt aan hals, gezicht en haar, zo weinig lijkt hij om te kijken naar de torso en de handen. Alle aandacht gaat dan ook uit naar het gezicht.

Veel modellen hebben het gezicht ietsje scheef. Ze kijken vrijwel zonder uitzondering ‘neutraal’, wat onaangedaan, of zelfs een beetje afstandelijk. Zelden zijn ze ‘mooier’ weergegeven dan ze in werkelijkheid zouden zijn. Na aandachtig kijken kies ik mijn favoriet: een portret van een jongen met rood haar. Het gezicht is glad, bijna roze en het haar inderdaad bijna oranje. De jongen kijkt wat onnozel, maar zit er wel onverstoord bij. Modigliani schilderde hem in 1919, in het jaar voor zijn dood.

Schatplichtig

Onwillekeurig doe ik het toch, hem vergelijken met andere schilders. Waar lijkt zijn werk op? Zijn palet is wel bij de tijd. Ik zie invloeden van Gauguin, ook die omlijnt soms de kleurvlakken. Bij Modigliani werkt dat bijzonder goed. Hoe langer ik kijk, hoe meer ik vind dat hij abstraheert. In de abstractie weet hij het karakter van het model te raken. Bij Van Dongen zie ik een schilder die de invloeden van de verschillende stromingen in zijn werk opneemt en langzaam weer loslaat, of implementeert in zijn eigen stijl. Bij Modigliani zie ik van meet af aan een volstrekt eigen stijl, die de stromingen direct en subtiel implementeert, waardoor zijn eigen stijl versterkt wordt. Modigliani en Brançusi hebben elkaar gekend, en ook dat zie je.

Brançusi

1909- Brançusi nodigt Modigliani uit om in zijn atelier te komen werken. De invloeden van Brançusi op de sculpturen en daadoor op de schilderwerken van Modigliani zijn bespeurbaar. Ook bij hem zij de gezichten lang, de neuzen extra lang, de blikken ‘absent’. De koppen hebben dezelfde verstilling die ik terugzie bij de portretten van Modigliani.

Ongezond

Over de manier van leven van Modigliani mag genoeg bekend zijn. Hij gebruikte hash en alcohol. Zijn manier van leven tast zijn gezondheid dermate aan, dat hij moet stoppen met beeldhouwen en zich meer concentreert op schilderen. In 1920 is hij zo ziek dat hij wordt opgenomen in een ziekenhuis. Op 24 januari 1920 overlijdt hij aan meningitis. Jeanne Hébuterne, zijn model en levensgezel, pleegt zelfmoord. Ze is dan acht maanden zwanger.

Erfenis

Wat heeft Amadeo Modigliani nagelaten? In zijn korte leven heeft hij gebeeldhouwd, geschilderd. Tot op de dag van vandaag onderscheidt zijn werk zich van al het andere. Dat kan van meer schilders gezegd worden, maar de manier waarop hij het doet, is niet veel schilders gegeven. Zijn werk lijkt op het eerste gezicht heel toegankelijk. Het is mooi. In het museum zijn allerlei snuisterijen te koop waarop het is afgebeeld. Zijn werk is zondermeer commercieel te maken. Dat is op zich geen probleem. Wie in het Van Gogh museum komt, ziet in de shop hetzelfde gebeuren. Het werk zelf wordt er niet door aangetast. Het oevre van Modgilani is smal: portreten, naakten. Dat maakt het ‘kwetsbaar’. Een kunstwerk stelt de kijker in staat er zelf iets in te zien. ik vind dat bij portretten lastig. Tijdens een tentoonstelling luister ik altijd naar wat anderen zeggen tegen elkaar. Wat me opviel was dat mensen vaak stil vielen. Ze nemen de tijd om het portret in zich op te nemen. Aan hun gezichten zie ik dat ze de mimiek van het portret nabootsen, dat gaat onbewust. Ik doe het ook en voel dan als kijker wat de gezichtsuitdrukking met me doet. Dat is subjectief. Omdat Modigliani ‘overdrijft’ (wenkbrauwen staan nooit zo scheef, ogen zitten weliswaar niet altijd op gelijke hoogte in  het gezicht, maar wat hij soms doet is te), is het eenvoudiger om de mimiek na te bootsen.

‘Toegift’

Vier schilderijen van Suzanne Valadon hingen er. Ik had nog nooit van haar gehoord. Ik wil haar beter leren kennen.

De foto’s hierboven zijn gemaakt in een museum in de buurt van Lille.

 

Advertenties

About this entry