Hannah Arendt, of: De banaliteit van het kwaad

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik ben van 1957, dus 12 jaar na de oorlog geboren. Ik herinner me dat ik als jochie geacht werd op 4 mei twee minuten mijn mond te houden. Mijn ouders stopten niet veel cultuur en historie in hun opvoeding. In hun families was in de oorlog relatief weinig gebeurd, op de arrestatie en fusillering van een oom van mijn moeder na. Maar ook daar werd niet veel over gezegd. Het was ook een tijd waarin Nederland werd opgebouwd, het verleden met rust werd gelaten en er meer aandacht was voor de Koude Oorlog dan de Tweede Wereldoorlog. Die was gelukkig voorbij, en een Derde moest voorkomen worden. Ik herinner me vaag de potten met geweckt water die in de kelder stonden, vanwege de dreiging van een atoomaanval. Het had iets met de Korea-crisis te maken, begreep ik later. Wel vreemd dat die potten er nog stonden toen ik een jaar of vijf was. Het water was onbedorven, toen mijn ouders besloten het weg te doen. Gaandeweg kreeg ik wat meer aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Op school werd er over verteld. Ik woonde in Wageningen, waar Hotel De Wereld staat, waar de capitulatie van de Duitse krijgsmacht werd getekend. Op de Grebbeberg in Rhenen lag het Militair ereveld Grebbeberg, in Oosterbeek was het Airborne Museum. Ik bedoel maar, genoeg getuigen van de oorlog rondom. Mijn ouders waren niet loslippig, mijn vader was 15 toen de oorlog uitbrak, mijn moeder 12, mijn grootouders maakten me ook niet veel wijzer. Nu begrijp ik wel dat als je het meemaakt en er midden in zit, je dat nog geen expert maakt.

Ontmoeting met een overlevende van Auschwitz

Wat mij als jochie enorm intrigeerde, was de tatoeage op de arm van een man die bij ons thuis een bontjas voor mijn moeder kwam opmeten. Via een Amsterdamse vertegenwoordiger die bij mijn vader in de drogisterij kwam om zijn waar te slijten, kwam de heer Kalkoen, ook uit Amsterdam, in beeld. Hij kon voor een scherpe prijs een nertsmantel geheel op maat leveren. Een Joodse man, zwart-grijs krullend haar opzij, verder kaal, typisch Joodse neus en lippen, hoewel ik me dat later pas realiseerde. Werd dat beeld aangebracht door racistisch propagandapmateriaal uit Nazi-Duitsland? Het zou me niet verbazen. Ik zie nog de cijfers op zijn arm, terwijl hij de maten opnam en de lengte van de jas afspeldde. Hij moet een overlevende uit een van de kampen zijn geweest, naar alle waarschijnlijkheid Auschwitz. Op het Lyceum werd mijn nieuwsgierigheid beter bevredigd. We lazen ‘Het Bittere Kruid’ van Marga Minco. En bij Duits kwam de schrijver Heinrich Böll langs. Die heeft me nooit meer losgelaten. Iemand die schreef vanuit het andere kamp, zonder dat hij fout was. Ik kreeg ‘lucht’ van het proces tegen Eichmann in Jeruzalem. Toen het plaatsvond in 1962 was ik vijf, dus wist van niets, maar als 15-jarige boeide het mij enorm. Het boek van Hannah Arendt leerde ik kennen. En de controverse rond haar publicaties en persoon.

Hannah Arendt

Onlangs is een film verschenen over Hannah Arendt en haar verslag van het proces tegen Eichmann. De film krijgt slechte kritieken en ik ga hem ook niet bekijken. Hooguit nog een keertje op DVD, als ie in de uitverkoop komt. De vraag waar het om draait blijft me wel boeien. Heeft Eichmann het spel zo goed gespeeld dat Hannah Arendt hem werkelijk geloofde dat hij slechts bevelen uitvoerde en als saaie ambtenaar zijn werk deed, zonder zich te realiseren dat zijn werk aan de dood van miljoenen Joden bijdroeg? Klopt haar stelling dat het Kwaad banaal is, of toen, in die context en begaan door deze man, in ieder geval was? ‘Ik heb Eichmann een ‘beest’ horen noemen, een ‘monster’, een ‘roofdier’, een ‘schurk’, een ‘afgezant van de dood’ en zo meer. Ik wou dat het waar was. Het zou heel erg zijn, maar we zouden ons tenminste tegen hem kunnen beschermen. Maar het is, helaas, niet waar. Eichmann is een mens, en naar ik ernstig vrees, nog een gewoon mens ook. Hij woont overal in de wereld temidden van ons. Hij is een soortgenoot. En onze verantwoordelijkheid is, hem voor de rampzaligheid behoeden, waartoe hij vervallen kan.’ Ik heb niet de pretentie iets toe te voegen aan het vele dat al over Eichmann en Arendt geschreven is. Maar waarom was de Joodse gemeenschap zo verontwaardigd over haar visie op Eichmann? Waarom werd ze zo bitter en vijandig bejegend? Zonder me te mengen in de discussie over de perceptie van Eichmann door Arendt wil ik er wel wat van vinden.

Banaal

Het kwaad is banaal, in die zin dat de gelegenheid geschapen wordt waarin iemand kwaad doet, zijn medemens vernietigt. Zijn degenen die op afstand drones besturen, die dood en verderf zaaien in oorlogsgebieden, helaas ook onder burgers, schuldig aan het vallen van slachtoffers? Ze hebben een baan van negen tot vijf en lopen achter hun beeldschermen, duizenden kilometers verwijderd van het oorlogsgebied, nauwelijks risico’s. Het lijkt me niet zinnig deze ‘soldaten’, want dat zijn het, op een andere wijze te beoordelen dan degenen die daadwerkelijk aan het front vechten. Heeft Eichmann de wereld (en Arendt) een rad voor de ogen gedraaid? Was hij slechts een bescheiden radertje in de machine? Zou Arendt die poging van hem niet doorzien hebben? Ik kan me het niet voorstellen.

‘Overreacting’

De huiveringwekkende omvang van het Kwaad, de poging om het Joodse volk totaal uit te roeien, maakt het verzet tegen het standpunt dat Arendt inneemt begrijpelijker. Als het kwaad zo banaal is, zo alledaags, dan kunnen we de kans dat zoiets verschrikkelijks zich herhaalt niet uitsluiten. Door de gruwelen van de Nazi’s te verbijzonderen neutraliseren de slachtoffers van het Kwaad dat zo goed mogelijk. ‘Nie wieder! Jamais! Never again!’, bezweert het oorlogsmonument. Maar juist door dat te roepen worden we ons bewust van de mogelijkheid. Ik merk dat ik het alleen maar eens kan zijn met Arendt, hoe erg dat ook is. We zijn ondertussen heel wat bloedvergieten verder. Of zijn we Rwanda vergeten omdat het op en ander continent ligt? Zijn de etnische zuiveringen op de Balkan van een andere orde omdat de omvang kleiner is of omdat volken elkaar over en weer probeerden de decimeren?

Eichmann was een normale man

Eichmann werd tot zondebok gemaakt toen hij zoveel jaar na de processen in Neurenberg werd berecht. Doordat Arendt een uiterste poging deed om te begrijpen wat had plaatsgevonden werd de verbinding met heel veel andere mensen verbroken. Niemand wilde begrijpen wat er was gebeurd. Over het oordeel bestond tussen Arendt en de anderen geen verschil van mening: Eichmann diende gestraft, in dit geval door hem te doden. Graag zouden ook wij zien dat de ‘Eichmannen’ monsters zijn, bloeddorstige psychopaten. Helaas, zo zit het niet. De Eichmannen zijn verantwoordelijke wezens die een systeem opbouwen, onderhouden en uitbreiden om met een rustig gemoed en het gelijk aan hun zijde dat te doen wat niet mag: een ander het leven benemen. In alle subtiliteit gebeurt dat vandaag de dag nog steeds en opnieuw, gewoon bij ons om de hoek, in de straat, in de stad, in ons land. En er is weinig voor nodig om de grens van het leven te overschrijden. Studies van genocides hebben duidelijk gemaakt dat er zelden sprake is van ‘spontane volkswoede die uitlopen op moordpartijen’. Vrijwel altijd is het geheel zorgvuldig voorbereid en georchestreerd. En dat betekent dat niet alleen degenen die daadwerkelijk bloed aan hun handen hebben schuldig zijn, maar (zeker) ook degenen die de mogelijkheid hebben geschapen dat zoiets gebeurt.

Haat zaaien

Om die reden is de samenleving alert in situaties waarin haat wordt gezaaid. Een politicus als Geert Wilders slaat wild om zich heen als hij wordt vergeleken met de Nazi’s. Ik heb geen reden om te twijfelen aan de oprechtheid van zijn verontwaardiging: hij is geen Nazi. Wat ik naïef vind is dat hij geen verband ziet tussen wat hij doet en de processen die geleid hebben tot de genocide.

Fred Teeven

Maar het banale kwaad zit dieper en is daardoor minder zichtbaar. Internationaal is er kritiek op de wijze waarop de Nederlandse Staat omgaat met uitgeprocedeerde asielzoekers, het feit dat en de wijze waarop zij in detentie worden gehouden. Hier is een overheid, op democratische wijze gekozen, dus met instemming van de bevolking, een groep mensen aan het stigmatiseren en systematisch inhumaan aan het behandelen. Ik wil daarmee niet beweren dat, bijvoorbeeld, staatssecretaris Teeven een verpersoonlijking is van het Kwaad. Opmerkelijk is wel dat de man tijdens zijn publieke optreden de groep mensen waar het omgaat nooit aanduidt als ‘mensen’. Het zijn uitgeprocedeerden, gelukzoekers, illegalen, dat soort termen gebruikt hij. In mijn ogen bouwt Teeven daarmee onbewust en ongewild mee aan een systeem dat er uiteindelijk op uit is anderen uit te sluiten. Het is niet voor niets dat Teeven ter verantwoording werd geroepen voor de dood van Aleksandr Dolmatov. Jij en ik staan niet aan de zijlijn en kunnen onze handen niet in onschuld wassen. ‘Wir haben es gewußt.’ En als dat het geval is, rust op jouw en mijn schouders de ‘verantwoordelijkheid ieder voor de rampzaligheid behoeden, waartoe hij vervallen kan.’

KZ_Buchenwald_Verbrennungsofen_1945

He, een ander zegt het ook al: Van Eichmann zijn we nog niet af

 

Advertenties

About this entry