Op twee oren slapen

DSC_3019

Slapen is heerlijk. Ik zie het mijn lief regelmatig doen. Haar rustige diepe ademhaling, haar ontspannen gezicht. Alle ledematen verslapt in een zalige rust. Soms draait ze even om, maakt wat geluidjes, trekt haar kussen onder haar hoofd en het dekbed over haar schouder en slaapt verder. Ik mag het ook graag doen, slapen. Het lukt me lang niet altijd en ook lang niet altijd lang genoeg. Jammer, terwijl ik er zo gek op ben. Hoe heerlijk slapen ook is, het heeft een nadeel: je merkt er zelf zo weinig van. Het mooiste moment vind ik als ik langzaam wegdrijf uit mijn waaktoestand naar de slaap. En het moment dat ik langzaam wakker word en nog even kan talmen tussen slapen en wakker zijn. Ik wil die momenten wel uitrekken. Ik wil het niet alleen, ik doe het ook. Ik denk dat iedereen het kan, maar lang niet iedereen doet het. Mijn lief bijvoorbeeld wordt wakker en dan is haar slaap weg. Het lukt haar eenvoudig niet om de slaap opnieuw te vatten. Ja, midden in de nacht wel, maar ’s morgens vroeg niet meer. Mij wel.

’s Morgens

Als ik merk dat ik wakker aan het worden ben probeer ik me heel voorzichtig te realiseren hoe laat het is. Dat moet uiterst langzaam, anders word ik te wakker en dan wordt terugkeren naar de slaap lastig. Als het nog te vroeg is om op te staan ontspan ik alle ledematen (voorzover ze dat niet nog steeds zijn), haal ik langzamer en dieper adem en roep ik een loom gevoel op. Ergens in mijn bewustzijn zoek ik naar een mooie gedachte of een flard van mijn laatste droom en richt (terloops, maar toch met enige concentratie) daar mijn aandacht op. Ik raak dan gebiologeerd door die gedachte en glij langzaam de slaap weer in. Het is dan de kunst om te dralen en niet direct weer in slaap te vallen. Ik denk dan met een ander stukje van mijn hersenen aan iets anders, iets wat enige concentratie vraagt. Het kan van alles zijn: een recept dat ik nog eens wil uitproberen, een verhaal dat ik aan het schrijven ben, een herinnering die ik onlangs had, dat soort dingen. Niet iets wat in de toekomst ligt, zo’n gedachte is te sterk en te activerend. Opnieuw concentreer ik me voorzichtig op die gedachte en opnieuw glij ik langzaam in slaap. Weer probeer ik het moment van echt in slaap vallen uit te stellen en doorgaans lukt het me dit een keer of vier, vijf te herhalen. Het is echt genieten omdat ik ervaar hoe lichaam en geest volledig ontspannen zijn, met een soort van bewustzijn. Wat ik tussen de eerste keer en de tweede keer wakker worden droom, kan ik me doorgaans redelijk goed herinneren. En het is meestal te bizar voor woorden. Nee, ik geef geen voorbeelden.

’s Avonds

’s Avonds is het lastiger, vind ik. Mijn hoofd zit vol indrukken van de dag en er liggen heel wat ‘gedachten’ te wachten die nog ‘gedacht’ moeten worden. Dat zal voor iedere wel anders zijn, maar ik heb aan het eind van de dag meestal een overdosis associaties. Ik neem me steeds voor om degene die ik niet kan ‘denken’ ergens te parkeren, maar na een poos ben ik ze toch kwijt. Geen idee waar ik ze geparkeerd heb. Echt weg zijn ze niet, want soms kom ik ze bij toeval weer ergens in een hoekje van mijn brein tegen. Wat dan wel weer leuk is. Aan het einde van de dag moet ik op enige vermoeidheid wachten voor ik tussen waken en slapen terecht kan komen en op de grens kan treuzelen. Mijn brein is nog te alert om met één of twee min of meer boeiende gedachten bezig te zijn en daarmee in te dommelen. Er jengelen nog te veel andere gedachten die ook om aandacht vragen. De uitverkoren gedachte moet zich dus onderscheiden van de rest. Het moet ook niet te interessant zijn, want dan ga ik de gedachte ‘uitdenken’, en daar word ik wakker van. Dat komt nogal eens voor. Ik zou eens een lijstje moeten maken van redelijk interessante  gedachten die het niet erg vinden als ze niet stante pede worden uitgedacht.

Snooze-functie

Waar ik veel plezier van heb is het ‘slim alarm’ op mijn telefoon. Het zachtjes aanzwellend geluid van een regenbui of een bos kan ik uitzetten voor het me echt wakker maakt. De snooze-functie is ook prettig: om de zoveel tijd gaat het alarm af en in de tussentijd dommel ik nog wat. Ik ga dat eens een hele nacht lang doen: mezelf eindeloos laten wekken om de tien minuten en in de tussentijd dommelen en dromen en de volgende morgen al die flarden op proberen te schrijven. En dit lijkt me ook wel een geschikte gedachte om nu tussen waken en slapen eens te bedenken…


About this entry