Vol van God

In de vrouwen in de tentoonstelling ‘Vrouwen voor het voetlicht’ in het Catharijneconvent zit veel van God. De martelaressen gaan daarin wel heel ver. Ze blijven God toegewijd tot in de marteldood! De nonnen zien af van aards bezit en een relatie met een man, de vrouwen van vervolgde predikanten ‘staan hun mannetje’ en weten van geen wijken. Ook de vrouwen van vandaag, in de laatste gang, ze gaan ervoor. Dat valt me op, de toewijding van deze vrouwen aan God. Van de eerste tot de laatste zaal.

Hoe ver kan je gaan?

Gaan ze niet te ver, deze martelaressen? Moet je je laten vierendelen om Jezus’ wil? Is dat geloof of blind fanatisme? Natuurlijk, zo kijken we er vandaag tegenaan, verlicht als we zijn. Yvon, met wie ik deze tentoonstelling bezoek, kijkt er meer zo tegenaan. ik snap haar. Maar ondertussen zijn we elk ideaal kwijt en wordt de mens steeds minder menselijk. Ik word gaandeweg razend nieuwsgierig naar –en toch ook wel jaloers op- de geestdrift van deze vrouwen voor Jezus Christus. Natuurlijk, we zien hier de meest spectaculaire voorbeelden. En zo waren ze ook bedoeld. Deze vrouwen waren exemplarisch, daar moest je naar streven. Vergeet ook niet dat het niet als hun prestatie werd gezien maar als genade van God, dat ze dit konden verdragen, opgeven om hun toewijding aan God te tonen. Ik wil niet in de vervreemding blijven steken. Deze vrouwen toen, maar ook de vrouwen van nu, in de laatste zalen, hebben een sterk punt. Kom er maar eens om vandaag de dag. Hun toewijding, hun zelfopoffering (ook al een lelijk woord) komt niet uit de lucht vallen, is geen idee-fixe, maar is regelrecht ontleend aan het voorbeeld van Jezus Christus zelf. Daar word ik wel stil van. En tegelijkertijd inspireert het me. Nee, ik hoef niet zo nodig lichamelijk pijn te lijden. Maar ik hoef onthouding en toewijding ook niet te ontlopen. Als het de zaak dient, waarom dan niet?

Koninkrijk

Welke zaak? Die van het Koninkrijk. Het is Jezus zelf die over het Koninkrijk begint. Dat is niks meer en niks minder dan Gods wil doen in je leven. Een volgeling van Jezus heeft het poëtisch samengevat: ‘De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.’[1] De eeuwen door zijn er vrouwen die deze woorden in praktijk hebben gebracht. Ik zie hier het ene na het andere voorbeeld. En ze hebben als inspirerend voorbeeld gediend voor andere gelovigen en doen dat nog. Ze zijn het navolgen waard. Want dat Koninkrijk, dat is zo gek nog niet. Het is niet gebaseerd op macht, invloed, geweld. Het heeft op het oog een zachte subtiele –zeg vrouwelijke- kant. Maar vergis je niet, het komt er wel van.

Bron

Ondertussen hoor ik de nonnen in hun gefilmde portretten ook relativeren. In het leven van alledag is het een zaak van lange adem en kleine stappen. En jezelf tegenkomen. Niets menselijks is hen vreemd. Waarom zien ze er niet van af? Waarom gooien ze het bijltje er niet bij neer? Ik geloof, ben er van overtuigd, dat het is omdat God er niet mee ophoudt. Ook al is het klein, marginaal, ineffectief in onze ogen, het is en blijft de moeite waard. Het is zaaien, investeren, (jezelf) prijsgeven in de vaste overtuiging dat de oogst er zal komen. ‘Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.’[2], zegt een andere volgeling van Jezus. In feite zijn al deze vrouwen spiegels van Jezus. Wie er goed in kijkt en zijn/haar vooroordelen aan de kant schuift, ziet de bedoeling van God zelf. Wie de ander liefheeft, heeft Gods wil gedaan.[3] Dat zou toch mooi zijn, als in ieder van ons ‘veel van God’ zou zijn, net als in die vrouwen voor het voetlicht. De wereld zou er anders uitzien. Dat is God droom.


[1] 1 Korinthe 13

[2] 1 Johannes 4: 19

[3] Romeinen 13: 8


About this entry