Alleen de liefde telt

Als de liefde niet bestond…

Kwam laatst het liedje van Toon Hermans weer tegen. Ik vind dat Wende Snijders het prachtig vertolkt. http://www.youtube.com/watch?v=OhADswyecog

Aan het eind neemt het lied een wending, of nee, twee. Kijk maar:

Als de liefde niet bestond

Geen appel zou meer rijpen
Zoals eens in het paradijs
Als wij elkaar niet meer begrijpen
Dan is de wereld koud als ijs

Ik zou sterven van de kou
En m’n adem zou bevriezen
Als ik je liefde zou verliezen
Er is geen liefde zonder jou

Paradijs

Eerst gaan we terug in de tijd, toen de wereld nog piepjong was, vers geschapen. Het Paradijs bestond nog, met appel en al. Gek, want met die appel is het allemaal begonnen. Beste mensen, was daar nou afgebleven! Maar ja, gedane zaken nemen geen keer. Die appel had trouwens weinig met liefde te maken. Wat zou Toon toch bedoelen? Dat de mensen voordat ze aan de appels gingen echt en restloos van elkaar hielden en dat daarna niet meer konden? Na het appeltje schaamden ze zich voor elkaar, ze konden het niet meer verdragen dat de ander je in je blootje zag. Vanaf dat moment heeft de een wat voor de ander te verbergen. De schaamte was geboren. Schaamte is een vorm van vrees. Schaamteloos is een lelijk woord geworden. Maar eigenlijk is het een mooi woord! Ik heb mijn vrouw schaamteloos lief. Want ‘volmaakte liefde drijft alle vrees uit’. Heb ik haar volmaakt lief, zoals Adam Eva liefhad voor het appeltje? Bij vlagen, want ik ben van na de appel.

Toon schildert aan het begin de liefde kosmisch. Zon, maan, zee, strand, rivieren, alles. Dan komt het paradijs, hij gaat naar het begin en daarna wordt hij heel persoonlijk. Jij. Er is geen liefde zonder jou. In 1990 overleed zijn vrouw, zijn grote liefde. ‘Als de liefde niet bestond’ schreef hij in 2000, het jaar waarin hij overleed. Ik hoor hem als het ware tegen zijn vrouw praten, die toen al overleden was.

Wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld

Aan wetten heb ik een broertje dood. Want wetten, dat zijn regels en verplichtingen, geboden en verboden. Ik wil vrij zijn en zelf uitmaken wat ik doe en met niet laten beperken enz. enz. Wat wordt hier eigenlijk met ‘wet’ bedoeld? Welke wet? ‘U zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.’ Juist, dacht ik het niet? Niet te doen dus. Ontmoedigend noem ik dat. Toch kom ik wat mijn lief betreft wel in de buurt. Ik heb stellig het idee dat ik het niet tot haar en mijn kinderen en mijn familie mag beperken. En dan wordt het knap lastig. Ik hoef niet klef te worden met jan en alleman, dat snap ik ook wel. Maar de liefde moet wel blijken. Het wordt niks als ik het uit mezelf moet halen. Het zou me uitputten en ik zou liefdeloos worden. Het lukt me pas als ik op een bron van eindeloze en onvoorwaardelijke liefde ben aangesloten. Dat gaat niet vanzelf. Want ja, dan ben ik een kanaal en kunnen anderen aftappen. Daar voel ik me soms te goed voor. Ik heb wel wat beters te doen, denk ik dan. Maar dat is niet waar. Ik heb niks beters te doen. ‘Al had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.’ En uiteindelijk is het waar. Alleen de liefde telt. Er is geen liefde zonder Jou.

Advertenties

About this entry