Picknick

Met een boek, een broodje, wat worst en kaas en een thermoskan koffie zit ik in het kreupelhout naast een bergbeek. Rust! Het geklater van de beek, zoemende insecten, ze onderstrepen alleen maar de stilte. Ik lees wat, ik mijmer wat en kijk zo nu en dan om me heen. Dan arriveert na een poosje een gezin aan de rand van het bosje. Voorop moeder, met een enorme zonnebril. Ze draagt een bruinige jurk, te wijd en te kort. Dat kan echt niet, als je de vijftig bent gepasseerd en niet goed op je figuur hebt gelet. Ze kijkt me aan -denk ik- en ik kijk terug. Ze wijst. Daar of daar. Ze wenkt. De rest loopt een eind achter haar te zeulen met de koelbox en vier stoelen. Pa en twee dochters zoeken een plek uit en stallen alles uit. De zonnebril loopt terug en ploft in een stoel. Jongste dochter zit nog niet of springt weer op en begint een paniekerig dansje. Wilde enge beesten, misschien wel bosmieren! Ze klimt op haar stoel en gaat op haar knieën zitten. Dat wil niet met zo’n kort rokje, dat hou je niet netjes, hoe ze ook trekt om haar billen te bedekken. De zonnebril, pa en haar oudere zus kijken niet eens en zeggen ook niks. De oudste zus heeft haar koptelefoon op en dat blijft zo. De zonnebril graait in de tas en deelt broodjes uit. Zelf zet ze haar tanden in een grote bol. Ze eet gulzig: ze vouwt haar tong en onderlip om het broodje heen en schrokt het naar binnen. Ze spoelt het weg met koffie uit een thermoskan. De jongst zwaait met haar broodje. Blijkbaar wordt ze ook aangevallen vanuit de lucht. Niemand die er op let. Pa heeft zijn broodje en zijn koffie op, staat op, klapt zijn stoel in en zet zich in beweging. De dochters volgen zijn voorbeeld. De zonnebril zit nog aan haar koffie. Ze smijt de laatste slok in de struiken, pakt haat stoel en sjokt ook terug. Ik heb ze geen woord met elkaar horen wisselen. Gezellig, zo’n picknick.


About this entry