column: In memoriam Gerrit, Igor, Boris, Wolletje en Stampertje (en een naamloze muis)

Gerrit

Ik heb als jongetje gezeurd en gezeurd om een huisdier. En op een dag was hij er. Een Grieks landschildpadje. Gerrit noemde ik hem. Hij heeft het een zomer uitgehouden. Doodsoorzaak onbekend. Zijn lege schild ligt nog ergens op zolder, als een verborgen memento mori. Daar is mijn moeizame relatie met het huisdier begonnen…

Igor en Boris

Nooit zou ik aan huisdieren beginnen. Al zouden de kinderen me op hun blote knietjes smeken, onvermurwbaar zou ik zijn. Mijn lief echter niet. Een paar glazen wijn en ze was zacht als boter. Eenmaal weer bij zinnen wisten onze kinderen haar feilloos aan haar belofte te herinneren. Igor en Boris deden hun intree, twee Siberische dwerghamstertjes. Of Russische, daar wil ik af wezen. Wat ik belangrijk vond was dat ze tweedehands waren. Het lijkt me beter om dieren te recyclen dan nieuwe te laten fokken. Ze kwamen van een vriendje van mijn zoon. Wat ik ook belangrijk vond was de korte levensduur. Twee, hooguit drie jaar zouden ze bij ons zijn voor hun vertrek naar de hamsterhemel. Het bleken twee mannetjes, ze vochten het kot uit. Er moesten aparte kooien komen voor de vechtersbazen. Want ze elkaar laten afmaken leek me pedagogisch minder gewenst. Al snel vertoonden ze verschijnselen van ouderdom. In kleine beschilderde kistjes hebben we ze begraven, toen de tijd daar was, onder een boom in de tuin, met een piepklein kruisje op de graven.

Wolletje

Een collega van me fokte konijnen. ‘Of ik een konijntje wil. Een rasechte huppeldepup!’ Ik wilde geen konijn, van welk ras dan ook. Hoe mijn kinderen er lucht van hebben gekregen weet ik nog niet, maar er brak een ware zeurterreur los. Mij kregen ze niet om, mijn lief wel. In een weekend, na een glas of twee. Het dier kwam, met hok en al. En twee ontstoken ogen. Dat ging even goed, maar ik zag dat het beestje leed. Een bezoek aan de dierenarts was onvermijdelijk. Voor € 35,00 liet hij het konijn inslapen. Omdat de vorst diep in de grond zat, hebben we haar daar maar gelaten. Een stijlvolle begrafenis zat er dit keer niet in.

Stampertje

Het leed was daarmee niet geleden. De buren hadden een konijn. Het dier had het zwaar, want de buurkinderen waren niet zachtzinnig. Hij –dit was een hij- werd weggegeven aan vrienden van de buren, het gevaar leek daarmee geweken. Het konijn huisde daar in een ren met kippen en vergreep zich regelmatig aan een hennetje. ‘Of wij nog een konijn wilden?’ Opnieuw zwichtte mijn lief. Kon ze maar van de wijn afblijven… We hadden eindelijk een huisdier. Maar verderop in de straat arriveerde een moeder met twee dochters. En een hond. Dit dier had een fenomenaal jachtinstinct. De meisjes hielden hem niet in toom tijdens het uitlaten. Ook ontsnapte hij regelmatig. Gevolg: ons konijnenhok aan gort, konijn in een shock en een hond in alle staten. Ik ben de tel kwijt geraakt, zo vaak als die hond kwam buurten. Het arme dier werd zelfs gecastreerd vanwege zijn driften, maar wat hij ook kwijtraakte, niet zijn jachtinstinct. Op een dag kon de hond zich niet langer beheersen. Ik heb de oren van het konijn in de tuin gevonden…

Sindsdien zijn we huisdiervrij. Even nog dreigde een witte muis in ons huis intrek te nemen met de terugkomst van dochterlief. Ik heb toen bij de apotheek een flesje ether gekocht en in de garage een voortijdig einde gemaakt aan het leven van de muis. Zover is het dus met me gekomen…

Advertenties

About this entry