Paul Klee

Het was bij het eerste werk al raak. ‘Kopf eines Märtyrers’, Paul Klee, 1933. Een onooglijk klein doek, een masker met een mond waarin drie tanden, de neus en ogen niet meer dan strepen. (Nee, ik heb er geen afbeelding van) Kinderlijk en toch  weer niet. Intrigerend in alle eenvoud. Ik kan het in de verste verte niet mooi vinden, en toch boeit het me. De Cobraïsten die er hangen leggen het stuk voor stuk af tegen Klee, wat mij betreft. En ik ben wat teleurgesteld in ze. Ze hebben gejat. Dat niemand dat toen door had…

 Vierenzestig jaar geleden

In 1948 was er een grote tentoonstelling van werk van Paul Klee. In 2012 Zijn er opnieuw 130 werken van hem te zien in het Cobra-museum in Amstelveen. ‘In 1948, acht jaar na het overlijden van Klee, organiseert het Stedelijk Museum in Amsterdam een Paul Klee-expositie. De Nederlandse Cobrakunstenaars komen door deze tentoonstelling in aanraking met zijn werk. Op zoek naar kinderlijke experimentele uitingen, worden ze geraakt door de eenvoudige stijl van de Zwitserse kunstenaar.’ Tussen de tentoonstelling in 1948 en die van dit jaar zit 64 jaar. Ik zag al het werk van Klee al eerder in het prachtige museum ‘Zentrum Paul Klee‘ in Bern. Daar is zijn werk chronologisch gerangschikt. Het gaf me een helder inzicht in de ontwikkelingen die Klee als kunstenaar heeft doorgemaakt. Nu, hier in het Cobra wordt de relatie tussen Klee en Cobra getoond en toegelicht. Het doet me denken aan de tentoonstelling in het Van Gogh museum waar hetzelfde gebeurde met Vincent van Gogh en het Expressionisme. De vergelijkingen leveren interessante gezichtspunten op. Cobra moet ik in zijn tijd verstaan. Europa was wreed losgerukt van haar verleden. De orde van weleer was door twee wereldoorlogen teniet gedaan. Met naïef optimisme werd de ‘Wederopbouw’ ter hand genomen. Maakbaarheid alom. Ook in de kunst. Natuurlijk snap ik die hunkering naar het onbedorvene wel. Degenen die de catastrofe overleefd hebben moeten zich  schuldig hebben gevoeld en geweten. Twee dingen kan je doen: stilletjes je gang gaan of met veel lawaai jezelf overschreeuwen. Cobra deed het laatste. En het heeft zeker wat opgeleverd. Maar heel nieuw was het niet, dat blijkt nu. Klee was hen voor en dat in een tijd die zich tegen hem keerde. De Nazi’s verafschuwden zijn werk en bestempelden het als ‘Entartete Kunst’. Het heeft hem diep geraakt. Zijn werk toont na deze donkere periode een opleving, ook al was hij ongeneeslijk ziek.

Hommage

De tentoonstelling in het Cobra beschouw ik als een hommage aan Klee. Een hommage door de schilders van Cobra. Ze zijn hem veel meer schatplichtig dan ik besefte. Sommigen van hen hebben, juist door een eigen weg in te slaan, zich ontwikkeld tot vernieuwers, op hun beurt. Anderen hebben mijns inziens de gedachten en vondsten van Klee verder ontwikkeld. Epigonen staan altijd in de schaduw van de meester, dat is hun lot. Visionairs zijn zeldzaam. Ik weet niet eens of Klee er wel een was. Hij is op zijn beurt beïnvloed door Kandinsky. Ik probeer een schilder altijd in zijn context te verstaan. Boeiend wordt het als ze ‘niet passen’, als het ‘schuurt’, een verdwaald stukje zijn uit een andere puzzel. Klee was zo’n stukje. Cobra is een compleet nieuwe puzzel, rondom het puzzelstukje Klee.

 In het aardse leven ben ik niet te begrijpen, want ik woon net zo graag bij de doden als bij de nog niet geborenen. Een beetje dichterbij het hart van de schepping dan de meeste mensen, maar nog lang niet dichtbij genoeg.

Op het graf van Paul Klee

Advertisements

About this entry