MAUS, van Art Spiegelman

In verloren uurtjes lees ik de graphic novel ‘Maus’ van Art Spiegelman. Het is een ‘strip’ (de auteur noemt het een ‘comic strip’) over de herinneringen van zijn vader aan zijn leven in Polen, het begin van de oorlog, de Jodenvervolging en zijn tijd in Auschwitz. Het is een serie raamvertellingen, waar de auteur zijn vader steeds spreekt in het heden en laat vertellen over het verleden. Ik lees het in kleine partjes, meer kan ik niet aan. De inhoud is, ook al is het getekend in zwart wit, te gruwelijk.

In 1994 was ‘Maus‘ onderdeel van een tentoonstelling in het Joods Historisch Museum. Trouw schreef toen: ‘De Amerikaanse schrijver en tekenaar Art Spiegelman geeft in een stripverhaal over de holocaust aan joden het gezicht van muizen, aan nazi’s dat van katten en aan Polen van varkens. Hij geeft de striplezer hiermee een periskoop om te kijken naar de alle begrip te boven gaande vernietiging van zes miljoen joden. Hij heeft de concentratiekampen zelf niet meegemaakt en is dus toeschouwer op afstand. In de kampen had je geen publiek: ooggetuigene waren deel van het drama, als beul, of als geslagene. Derden waren er niet en ‘objectieve’ waarnemingen zijn dan ook namaak.’ en: ‘Spiegelman heeft ervoor gekozen zeer detaillistisch het concentratiekamp te tekenen, compleet met plattegronden. Hij verkoos een preciese boven een vage afbeelding, om het kamp zo concreet mogelijk over te brengen. Op één punt laat de tekenaar het aan de lezer over. De gaskamers laat Spiegelman leeg. Een sober tekstballonnetje met ‘Zyklon B, een pesticide, druppelde in de buizen’ zegt genoeg, volgens de maker.’

Hoe vertel je dit verhaal?

Als goj, geboren na de oorlog, ver van de plek des onheils, levend in een familie die weinig te lijden heeft gehad, is het allemaal zo onvoorstelbaar. Spiegelman heeft een methode gevonden om mij, volkomen buitenstaander, te raken. De muizen, de katten, de varkens, het zijn karikaturen. In de vertelling zitten verschillende lagen en doordat het getekend is zijn ze eenvoudig terug te vinden. De graphic novel is niet ‘mooi’ of ‘knap gedaan’. Hij is raak, met precisie. Dat heb ik niet direct door, ik ben toch onbevangen begonnen met lezen. Na een poosje ging het verhaal onder mijn huid zitten. Het sijpelde het gewone bestaan binnen. De woede, het onbegrip, de vragen, de verbijstering, de gevoelens van mededogen, ze borrelden op. Als ik dan weer in het boek keek dacht ik: ‘Maar ik heb niks met die muizen.’ De metafoor werkt dus, hij verdwijnt en verwijst. Het boek slingert rond in huis, maar niemand waagt zich er aan. Er wordt zelfs niet over gepraat of ik moet er over beginnen. Opmerkelijk. Vraag: hoeveel Joden hebben er gewoond in Oost-Europa? Er moeten daar bloeiende leefgemeenschappen geweest zijn, Ondanks de soms vijandige reacties van hun omgeving. Ik voel het een heel klein beetje als ik door Amsterdam loop in de buurt van het Jonas Daniël Meijerplein. Of in Amersfoort rond de synagoge. Maar het is voor mijn tijd. Het is nauwelijks voorstelbaar dat de Joodse gemeenschap gedecimeerd is. De Nazi’s hebben hun werk grondig gedaan. Niet alleen individuen die het overleefd hebben zijn voorgoed beschadigd (zoals de vader van Spiegelman), ook Spiegelman zelf, en de nakomelingen van velen. Zal dit volk zich ooit nog ergens thuis kunnen voelen? Ik betwijfel het. Deze wond wordt nooit geheeld.

Neem en lees.

Oorspronkelijk bestond het werk uit twee delen. Het is nu verkrijgbaar in een band.

Advertenties

About this entry