Waarom bestaat de mens?

Tijdens de les ‘theologiseren’ met groep 7 draaide ik het nummer  van Herman van Veen. Het thema was ‘Waarom bestaat de mens?’ Een onbeantwoordbare vraag. Ze zijn het langzamerhand van me gewend. Hun antwoorden hoeven -van henzelf- niet langer goed of fout te zijn. Ze aarzelden wel wat in het begin. Ik start de discussie op met een hoofdstuk uit het boekje ‘Waarom leef ik?’ Het is het resultaat van een project in Nanterres, Frankrijk. Ze vinden het boeiend. In al zijn eenvoud is het krachtig en effectief. Mooi eraan is dat de antwoorden die door de schrijvers bedacht (of genoteerd) zijn, voorzien zijn van kritische filosofische vragen. ‘Ja, maar…’ Het helpt hen bij het maken van de stap naar hun naaste zone van ontwikkeling. Griezelig vinden ze het soms wel: je weet bijna niks meer zeker. Klopt. Maar je gelooft sommige dingen nog wel en misschien wel met meer overtuiging. Want er is over nagedacht. Het is nu van hen. Het is hun eigen beredeneerde aanname.

‘Anne, de wereld is niet mooi
maar jij kan haar een beetje mooier kleuren
Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg
maak je geen zorgen, daarvoor is het nog te vroeg
veel te vroeg….’

Herman van Veen zadelt zijn kind wel met een klus op. De wereld is niet mooi. Het kind mag de wereld een beetje mooier kleuren. Dat doet een kind vanzelf al. De leerlingen kleuren mijn wereld met hun originele antwoorden en hun spitse vragen. Hun eerlijkheid en kwetsbaarheid doen een appél op mij: ik span me in om samen het pad verder te lopen in de richting van een antwoord wat het (voorlopig) uithoudt. Uit hun antwoorden klinkt wel realiteitszin. En de bereidheid om wat van het leven te maken, niet alleen hun eigen leven. Ze groeien niet op in een klimaat waar ze gestimuleerd worden tot solidariteit.

Anne, je hebt nog heel wat voor de boeg

Het schrijnt wel, de tekst. Ik mocht willen dat het niet zo was, dat kinderen een wereld tegemoet treden die een beetje beter is dan de mijne. Maar Van Veen heeft helaas gelijk, dat is niet zo. Gelukkig zijn kinderen vaak nog zorgeloos. Omdat ze niet weten wat hen te wachten staat. ‘Je hebt nog heel wat voor de boeg.’ Ik vraag me dan af: voor je wat? Want wat denkt Van Veen dat er dan komt? Daar laat hij zich niet over uit. Gelukkig. Dan kan ik dat zelf bedenken. Samen met de leerlingen.

Waarom leef ik?

Omdat de aarde de mens een beetje nodig heeft

Ik leef om gelukkig te zijn

Om goed te zijn voor de wereld (ik in ieder geval)

God wou nieuw leven

Waarom niet?

Omdat God het anders te saai heeft

Ik denk dat we leven omdat we ook weer dood moeten gaan

Er gaat iets gebeuren in het leven

Iedereen moet iets uitvoeren waardoor de wereld beter wordt

Iedereen is bijzonder, iedereen is gelijk

Ik leef omdat de aarde anders zo leeg zou zijn

Ik denk dat de mens uiteindelijk iets doet dat alles verandert

Omdat het leven anders niet veel nut zou hebben

God wou iedereen een kans geven

Ik leef om de wereld op te peppen


About this entry