Moresnet…

Moresnet

Mijn lief en ik zagen de afslag toen we vlak voor Kerst in Raeren logeerden en op weg waren naar Aken: Moresnet.

‎’t Is lang geleden -ik denk dat het in 1978 was-, we waren in Moresnet, een plaatsje in een verlaten mijnstreek in België. Grimmig en verlopen is het landschap, een rafelrand. De grond is vervuild, onder andere door zink. Daarom waren we er ook, om zinkminnende flora te bekijken. Quatsch! Zinkminnend… Het is flora die hoge zinkconcentraties verdraagt. Waar elk ‘weldenkend’ plantje het loodje legt (sic!), houden het zinkviooltje, het zink-vergeet-mij-nietje en dergelijke het nog net uit. We zochten en vonden, tussen verroeste rails, op verlaten emplacementen, op stukken onland.

Het miezerde. Daar helpt alleen het café tegen. En daar, mijn vrinden, daar schonk men… aardbeienwijn. Van onder de zinc (!), dat wel, want het was huis-gestookt. Er is een foto dat ik daar, met baard, zeer lodderig uit mijn ogen kijk, na menig glas aardbeienwijn. Nee, niet op Internet…

Het is wel zo dat ik daardoor zelf wijn ben gaan maken van vrijwel alles. Ik maakte sherry van dadels en van bananen, wijn van winterpenen die naar hutspot smaakte, wijn van rozenbottels en rozenblaadjes, van hazelnoten uit de Flevopolders, van bramen, bosbessen, vossenbessen, sleepruimen. Ik maakte straffe zoete wijn waar mijn schoonmoeder en schoonzus echt dronken van zijn geworden. Door de gistcellen langzaam te voeden met suikers en stammen te kiezen die wat aankunnen kwam ik wel tot 18%. Gemeten in de gaschromatograaf van de SOL. En geen foezel! De aardbeienwijn, dat was vooral ’s winters een feest. Ik trok een fles open, sloot mijn ogen en waande me in de Betuwe. Ik ga komende zomer maar weer eens beginnen. Drogisterij Slamat in de Zadelstraat zal nog wel gist verkopen. De spullen staan op zolder, geduldig te wachten.


About this entry