Droom

Soms heb je dat, dat een droom je na het ontwaken bijzonder goed bijblijft. Het overkomt me niet vaak, maar nu wel. Het was maar een flard en ik herinner me niet meer wat er aan vooraf en daarna gedroomd is. Het ging als volgt: Ik was met iemand in gesprek, ik weet niet met wie, en mijn dochter kwam ter sprake. Ik herinner me niet wat ik over haar gezegd heb en daar ging het ook niet om. Maar mijn gesprekspartner vroeg me: ‘U hebt het over uw oudste dochter?’ en op dat moment realiseerde ik me -althans in mijn droom- dat ik nóg een dochter had, de jongste van mijn vier kinderen. Ik voelde me een waardeloze vader. Hoe kon ik mijn jongste dochter nou vergeten? In mijn droom had ze geen naam, geen gezicht, geen identiteit. Maar ik was er van overtuigd dat ze bestond, net als mijn andere kinderen. Die hadden in de droom wel hun eigen identiteit. Een enorm schuldgevoel maakte zich van me meester. Dat was alles wat ik me herinnerde van mijn droom. Ik vertelde het later aan mijn lief. Ze vond het wel frappant. ‘Was het hier, of had je die dochter ergens anders?’ ‘Nee, het was overduidelijk ons kind, het vierde.’ Toen vertelde ze dat ze niet lang daarvoor gedroomd had dat ze in verwachting was, van onze vierde. Ze was al ver heen en er moest nog verschrikkelijk veel gedaan voor we het kind fatsoenlijk konden onderbrengen. Vermakelijk, zulke dromen. Maar misschien zijn ze toch meer dan dat. Nog dagelijks volgt me deze droom. Ik kan hem niet verbinden met de werkelijkheid. Goed, mijn dochter -mijn enige- is terug verhuisd naar huis. In mijn omgeving zijn onlangs kinderen geboren. Maar die verbindingen bevredigen niet. Mijn lief zou het wel leuk gevonden hebben, een vierde. “Jij moest er toen niet aan denken’. Nee, toen niet. Nu? Och… Mijn jongste zoon zei desgevraagd dat hij het best zou hebben gevonden. Het zit er niet meer in, het gaat er niet meer van komen. Maar ik kan er wel over dromen, blijkbaar…


About this entry