Stef Bos – Papa

Afgelopen week kocht ik het album van Stef Bos ‘DIT IS NU LATER’. Het nummer ‘Papa’ had ik gebruikt tijdens het theologiseren met kinderen. Het ging me om de zinnen:

En jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel

En ik geloof in niks, dus we komen elkaar na de dood

Na de dood nooit meer tegen

Maar pappa, ik hou steeds meer van jou

Opmerkelijk is dat in de uitvoering op de CD die ik kocht (van later datum, neem ik aan) de tekst veranderd is:

Jij gelooft in God, dus jij gaat naar de hemel

En ik geloof  iets, dus we komen elkaar na de dood

Misschien nooit meer tegen

Maar pappa, ik hou steeds meer van jou

Hij is dus minder stellig geworden. Zijn vader gelooft nog steeds hetzelfde, maar Bos is genuanceerder geworden. Het past wel in zijn oeuvre. Hij weet steeds minder zeker als het gaat over het hiernamaals en zelfs als het gaat over hier en nu en over zichzelf. Terwijl hij niet onduidelijker wordt. Hoe komt het? Ik denk dat Bos door heeft dat het ook voor hem niet heel lang meer gaat duren voor hij er achter komt wat er aan de andere kant is. Als je jong bent leef je eeuwig en ben je onkwetsbaar. Je hebt ook nog niet zo heel veel verkeerd gedaan. Als je ouder wordt komt je dood onherroepelijk dichterbij. Dat is onprettig en onvermijdelijk. En daarvoor, althans in de meeste gevallen, komt een proces van aftakeling en ontluistering. Veel mensen zien dat als een laatste test een beproeving. Ik niet, want het wordt beloond met de dood. Als je ouder wordt heb je ook meer om op terug te kijken. Voortschrijdend inzicht heeft me geleerd dat ik vroeger wel heel stellig en ongenuanceerd uit de hoek kon komen. Het gebeurt nog wel eens, maar gelukkig minder vaak. Van sommige onbesuisdheden heb ik wel behoorlijk spijt. Ik heb ook wel mensen pijn gedaan. Dat geeft me ook een andere kijk op wat hierna komt. Wellicht bedoelt Stef Bos ook zoiets. Want wat moet je als ietsist met wat hierna komt? Is er toch een moment van verantwoording? Moet er een keuze gemaakt?

Hoop

In zijn latere versie van ‘Papa’ gloort een sprankje hoop: misschien is er toch iets, misschien spreken we elkaar nog, misschien kan ik wat rechtzetten. Het klinkt naar hoop op een kans.

Wacht niet

Eerlijk gezegd lijkt het me beter om als je nog wat te zeggen hebt je dat beter nu kunt doen en niet te wachten tot de ander al vertrokken is. Ik geef toe, dat is niet altijd te organiseren. Ik heb mijn vader nog wel dingen verteld in zijn heldere momenten. Maar daarvoor al was eigenlijk alles wel gezegd. Ik had mijn keuzes gemaakt, hij vond er het zijne van en werd gaandeweg milder. Ik kreeg minder behoefte om me te verantwoorden. Op zo’n moment ontstaat er iets van gelijkwaardigheid. Ik ben overigens wel blij dat ik op de meest fundamentele punten ten diepste de overtuiging met mijn vader gemeen had…


About this entry