‘Eine Frau’, naar aanleiding van Joseph Roth

‘Eine Frau saß an einem Schreibtisch und sah, ruhig forschend, Heinrich Reinegg entgegen. Warum eine Frau? dachte er. Was macht ein Mann, wenn er eine Frau begegnet? Er macht eine Verbeugung, die linkischer und unschöner ist, als wenn er sie vor einem Manne machte, und dann sieht er, nicht gerade aus, eher von der Seite her, ob sie jung oder hübsch ist und welche Farbe ihre Haare haben. Oft dauert es, zu seiner Freude oder zu seinem Schade, lange, bis er den Menschen entdeckt. War dieser Weg nun leichter oder schwerer, weil dort eine Frau saß?’

 Joseph Roth schrijft dit in zijn verhaal ‘Kranke Menschheit’, wanneer is niet bekend, het verhaal is niet gedateerd. Uit het geheel is op te maken dat het andere tijden en andere zeden zijn. Maar de overwegingen die Roth Heinrich Reinegg laat maken zijn voor mij wel herkenbaar. Hoe kijkt een man naar een vrouw? Hoe begroet hij haar? Ziet hij eerst een vrouw en dan pas een mens? Hoe doe ik dat eigenlijk? Doorgaans vraag ik het me niet af, maar omdat ik opzettelijke vervreemding praktiseer, vraag ik het me toch regelmatig af. Gemakkelijker gaat het met vrouwen die ik al langer ken. Vrijwel moeiteloos schakel ik tussen mens en vrouw. Sommige vrouwen laten me die ruimte, doordat zij zich niet nadrukkelijk laten voorstaan op hun vrouwzijn. Anderen zijn zo nadrukkelijk vrouw dat het me moeite kost om dat ‘weg te denken’. Natuurlijk zit dat in kleding, parfum en make up. Maar net zo goed of meer nog in lichaamstaal, de mimiek, de gebaren, de oogopslag en in de stem.

 Bekoring

 In de Rooms-katholieke versie van het Onze Vader klinkt ‘leidt ons niet in bekoring’. Ik vind het wel een woord dat past bij man-vrouw-verhoudingen. Zomaar uit het niets kan de spanning opduiken. Ik vraag me af of Roth Reinegg daar aan laat denken. In het verhaal speelt het gedachtespinsel van Reinegg niet zo’n grote rol. Het komt als het ware en passant langs en maakt Reinegg daarom zo echt. De subtiele afwisseling en overgang van de beschrijving van wat er gebeurt en wat Reinegg denkt zijn zo knap en moeiteloos geschreven dat het bijna onmerkbaar gaat. Zo vergaat het mij ook. In een drukke winkelstraat heb ik bijna geen tijd om na te denken over wat ik zie. Ik sla beelden op om er later nog eens over te mijmeren. Een man met zware tatouages tot in zijn nek passeert me te snel om goed te kunnen kijken of er iets van te kunnen vinden. Dat komt dan later. Maar later op een terras bij een espresso heb ik het zicht op een stel en kan ik zeer geconcentreerd (en steels) ‘filmen’.

 Schoonheid

 ‘…ob sie jung oder hübsch ist…’ Dat zit diep, dat vrouwen worden beoordeeld op hun schoonheid, al verschillen de idealen per cultuur. Wat is dat toch? Roth doet het hier ook. Bij beschrijvingen van mannen heb ik er hem nog niet op kunnen betrappen. En ik doe het natuurlijk ook. In een deel van een seconde velt de man in mij een oordeel. Ik kom daar nog wel eens op terug omdat veel schoonheid verborgen is en zich maar langzaam prijsgeeft. Is het erg? Is het een verfoeilijke mannelijke neiging? Ik ben meer dan mijn driften, ik heb ook een redelijk verstand. Het is maar hoe ik er mee omga. Daar vloeit dan uit voort hoe ik met vrouwen omga.

 Zwanger

 ‘Ik ben zo blij van jullie te horen dat het meevalt.’ Toch zag ik onrust en een soort angst in haar ogen. Ze liep ‘op alle dagen’ en zag enorm tegen de bevalling op. ‘Niet erger dan een bezoek aan de tandarts’ zei een ervaringsdeskundige. Een ander vertrouwde mij zachtjes toe dat ze het daar niet mee eens was. Opmerkelijk, ik had haar nog geen tien minuten geleden ontmoet, ze was een vreemde voor me. En toch vond ze het van belang om dit tegen mij te zeggen. Gek, maar ik voelde me toen toch op eens heel erg man, in de zin van buitenstaander. Die unieke en blijkbaar beangstigende ervaring zou me nooit ten deel vallen. Of ik er rouwig om ben? Het is gewoon geen optie. Enige nieuwsgierigheid zal ik niet ontkennen, maar die is strikt vrijblijvend. Er is wel bewondering. Mijn lief trekt dan haar schouders op: vrouwen zijn er op gebouwd. Ja, en dat is het nou juist.

Advertenties

About this entry