Semantische dementie

Het is een zeldzame aandoening, maar mijn oom heeft het. Althans, de verpleeghuisarts (in opleiding) was geneigd deze diagnose te stellen. Wellicht was nog aanvullend onderzoek nodig. Meest opvallende kenmerk is de moeite met woordvinding. Mijn oom is heel veel woorden kwijt en gebruikt dan andere woorden. Zo kan hij niet meer op het woord ‘geld’ komen. Hij noemt het ‘stukken’. Je begrijpt dat dat lastig communiceert. ‘Brood’ is ook zo’n woord. ‘Die zwarte stukken hoef ik niet’. Hij bedoelt dat volkorenbrood hem slecht bekomt.

Het gaat niet alleen om woordvinding. De woorden zijn gekoppeld aan begrippen en die zijn nodig om te denken. Het is niet zo dat hij vergeetachtig wordt, zoals bij ‘normale’ dementie, maar dat hij de betekenis van woorden niet meer kent. De gevolgen voor sociaal verkeer zijn enorm.

Ik realiseerde me aanvankelijk niet hoe verstrekkend de gevolgen zijn voor je denken. Zelf denk ik sterk in beelden. Elk woord heeft in mijn hoofd, voor mijn geestesoog een beeld, of ik het nu zelf uitspreek of denk of dat ik het hoor of lees. Zodra ik met anderen communiceer moet ik het beeld omzetten in woorden, waarbij ik dan maar hoop dat het woord het beeld dekt. Nee, ik veronderstel zelfs dat het woord bij een ander ook een beeld oproept. Maar is dat eigenlijk wel zo? Niet iedereen denkt in beelden, heb ik begrepen. Kinderen beginnen in beelden te denken. Ons onderwijssysteem probeert ze daar zo snel mogelijk van af te helpen. Als je het kwijt bent kan je het je zelf weer aanleren.

Ik voel me wel prettig bij het denken in beelden. Ik neem aan dat iemand die het niet (meer) doet zich daar ook prettig bij kan voelen.

Of het wat uitmaakt als je semantische dementie krijgt? Geen idee. Daar heb ik geen plaatje bij.

Advertisements

About this entry