Dement

Ik ben ‘die jongen uit Zuid-Holland’. Hij is weduwnaar en kinderloos en al een poos in de war. Nu is hij opgenomen in een centrum voor ouderen-psychiatrie, ter observatie na en spoedopname in het ziekenhuis. Hij had verschijnselen van uitdroging, nam zijn medicijnen niet meer goed in en verscheen niet altijd in het dialyse-centrum. Hij had een aantal kleine aanrijdingen veroorzaakt met zijn auto en was regelmatig letterlijk de weg kwijt. Soms wist hij zijn auto niet meer te vinden. Hij betaalde zijn rekeningen niet of meer dan een keer. Ik neem nu zijn zaken waar, breng zijn administratie weer op orde en bezorg hem de spullen die hij nodig heeft. Bij hem thuis trof ik een situatie aan die het midden hield tussen chaos en leegte. Het huis was van alle overbodigheden ontdaan: zijn klerenkast was vrijwel leeg, hij had geen bloemenvaas meer en het hoognodige serviesgoed. Allerlei spullen lagen op de verkeerde plek: in de oven vond ik rekeningen en een fles wijn, een pak suiker in de koelkast. De zaken die hij op routine nog kon doen deed hij, maar het ging meer en meer haperen.

Naar zijn zin

Hij heeft het enorm naar zijn zin op de afdeling waar hij nu vertoeft. Als ik hem opzoek is hij blij en goedgemutst. Hij bespreekt met mij het gedrag van de medebewoners, luid en duidelijk. Dat is soms gênant, want ze zitten er bij. Ook laat hij zich onverbloemd uit over het uiterlijk van het vrouwelijk personeel, waarbij hij vooral commentaar heeft op de omvang van hun billen. Hij heeft wel door dat hij hier niet voor niets is (“Het ging niet meer!”). Als ik hem vraag waar hij heen wil heeft hij geen idee (“Ik zit hier te wachten.”) Sinds het overlijden van zijn vrouw lijkt het er inderdaad op dat hij zit te wachten. Hij is zijn levensvervulling kwijt.

Zorg

Ik ben onder de indruk van de zorg die hem geboden is sinds het moment dat hij begon te haperen. Maatschappelijk werk, ouderen-zorg, het ziekenhuis, dit centrum voor ouderen-psychiatrie, alles werkt goed samen en levert een uitzonderlijke prestatie. Ik word goed geïnformeerd en betrokken in de besluitvorming. Ik moet er niet aan denken als hier bezuinigingen toeslaan. Deze uiterst kwetsbare mensen zouden er slecht aan toe zijn en verongelukken in onze samenleving. Ook de kerk heeft een goede rol gespeeld: de diaconie en de bezoekdienst hebben zich regelmatig over hem ontfermd, ook op die momenten dat hij de boot afhield. Zij hebben mij op cruciale momenten ingeseind.

Hoe nu verder?

Zelfstandig wonen lijkt me geen optie meer. Zeer binnenkort wordt een besluit genomen hoe het verder moet. Ik zie het met vertrouwen tegemoet. In onze samenleving is nog voldoende goede wil en bereidheid tot meer dan het gewone aanwezig om ook voor zwakkeren te zorgen. Ik wens alleen een overheid die het meer waardeert…


About this entry