Die Rampe

Bronzen jassen

Op 5 mei, de dag dat we Petra Freudenberger-Lötz zullen ontmoeten op de campus van de Universtät Kassel wordt vlakbij een Mahnmal ontmanteld. Het moet wijken voor nieuwbouw van de universiteit. Een transportwagon maakt deel uit van het gedenkteken. Een helling loopt van de ingang van de wagon naar beneden. Bronzen jassen lopen de helling af. Voor hen op de grond liggen nog twee jassen. In de wagon, zag ik later, bevinden zich ook drie bronzen jassen.

Het gaat om ‘Die Rampe’ van de kunstenares Eva Renée Nele. Als kind zag zij zieke en verzwakte dwangarbeiders uit wagons komen die te werk werden gesteld in de fabrieken van de firma Henschel, waar naast locomotieven ook pantservoertuigen gebouwd werden. Nele’s moeder drukte de dwangarbeiders ondanks een streng verbod voedsel tussen het prikkeldaad in handen.

Opmerkelijk is dat het kunstwerk, dat in 1985 werd geplaatst, telkens het doelwit was van vernielingen. De jassen, oorspronkelijk van kunststof, zijn nu van brons.

Ik had helaas geen tijd om de ontmanteling vast te leggen. Het maakt iets in me los, vooral de wagon. Het is een soort icoon geworden voor de vernietigingsmachine van de Nazi’s. Mensen werden als vee vervoerd. In dit geval dwangarbeiders van hun kamp naar de fabriek en weer terug, onder erbarmelijke omstandigheden. In andere gevallen Joden, Roma, Sinti, homo’s, politieke tegenstanders, naar de gaskamers of de massagraven.

Advertenties

About this entry