Paaseieren

Een werkelijk kolossaal echtpaar schuifelt vlak voor me over de markt. Hij in een bruin kostuum met een beige polo, zij in een gewaad met rood en hier en daar wat geel. Bij de poelier houden ze halt. Ze haalt uit een tas die aan haar rollator hangt drie eierdozen. ’30 groot, graag!’  Een welgedane man achter de eierkraam pakt de dozen aan: ‘Toe maar!’ ‘Hoe bedoel je, toe maar?’ ‘Nee, ik bedoel er niks mee, ik ben maar invaller.’ ‘Omdat je niks anders kan zeker.’ Ze zijn op hun teentjes getrapt. Ze vermoeden dat hij op hun kolossale omvang doelde. Ik ben na hen aan de beurt maar heb geen haast. Het is geen straf om hiervan toeschouwer te zijn. Het zou me niet verbazen als de eierverkoper inderdaad een verband legde tussen de dertig grote eieren en het omvangrijke paar. ‘Ik bedoelde het positief hoor’, probeert hij nog. Ze gaan er niet op in. Hij overhandigt de gevulde dozen. ‘Dat is dan acht euro zeventig.’ De vrouw kijkt met een ruk op van haar portemonnee. ‘Ja, ik kan niks anders.’ zegt ie met een brede grijns. Dan moet ze toch ook wel lachen terwijl ze hem drie euro negentig in handen geeft. Ze doen de eieren in de tas en schommelen verder. Op naar een eiwitrijk Pasen…


About this entry