Japan

Mijn jongste zoon informeert regelmatig naar de situatie rond de kerncentrales in Japan. Hij is er niet gerust op. ‘Kan het voor ons kwaad?’ Nee, het is te ver weg. Hij vind het beangstigend. Zijn school heeft banden met een school in Yamada. Dat stadje is ook overspoeld door de tsunami. Dat maakt indruk, hij weet niet hoe het er nu is. Op de site van de school staat niets, dat vind ik slordig en weinig betrokken. Misschien weet hij straks meer.

De beelden die langskomen op internet en TV laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Ik vind ze indringend omdat het een ontwikkelde samenleving in een rijk land is dat zo is getroffen. Rampen vinden doorgaans plaats in landen en streken waar mensen arm zijn, zoals Haïti, dat is mijn beeld, onterecht. Nu zie ik luxe auto’s en jachten door het landschap spoelen, ik zie moderne steden en gebouwen die met de grond gelijk worden gemaakt. En er is een moderne kerncentrale in de problemen. Japan is geen land waar met veiligheid wordt gesjoemeld: de wolkenkrabbers in Tokio stonden te wiegen op hun grondvesten maar vielen niet om en stortten niet in. Ik hoor nu van honger en tekorten aan water, van uitgevallen elektriciteit en tekort aan brandstof. Alhoewel Japan hulp uit het buitenland beleefd heeft afgeslagen vermoed ik dat een deel van de bevolking het zwaar heeft. Is er sprake van trots of kunnen ze het echt alleen af?

Kwetsbaar

Alhoewel het land vele maatregelen heeft genomen om natuurrampen te doorstaan was hier geen kruid tegen gewassen. Ook een moderne, rijke en ontwikkelde samenleving blijkt kwetsbaar. En natuurlijk stel ik me de vraag hoe wij het er af zouden brengen.


About this entry